Je bent hier:  Home arrow Mensen arrow Sosro: de troost

Sosro: de troost PDF Afdrukken
dinsdag 07 maart 2006

Jacqueline van Rutgers werkte als verpleegster in een ziekenhuis in Djokjakarta op Java in Nederlands Indie, het tegenwoordige Indonesië. Ze vertelt hoe het een jonge Javaanse vrouw verging die met tuberculose in het zendingsziekenhuis was opgenomen.

Jacqueline Cornelie van Andel-Rutgers met man en dochtertje
Jacqueline Cornélie van Andel-Rutgers met haar man Dr. H.A. van Andel en dochtertje

Wat ik U ga vertellen is al jaren geleden. Het Zendingsziekenhuis te Djokja was er nog niet lang. Er waren echter al veel patiënten, en vooral, er begonnen hoe langer hoe meer vrouwen te komen. Dat was een blijk van vertrouwen. Onder die vrouwen was mBok Sosro ('mBok' betekent 'moeder'). Ze was heel ziek. En ze zou wel niet beter worden. Ze was een nog jonge vrouw. Door tuberculose in haar been kon ze niet lopen en en leed ze veel pijn.

   Ze was getrouwd en nadat ze in het ziekenhuis was opgenomen, kwam haar man haar een enkele keer bezoeken, maar al spoedig, toen het bleek, dat ze toch niet beter werd, staakte hij zijn bezoeken en ook haar familie liet zich niet meer zien. Sosro had het dus wel éénzaam.

   Tegenover het Christen-personeel van het ziekenhuis was ze min of meer wantrouwend. Sosro was iemand die van het Christendom niets moest hebben. Ze vond het prettig als men eens een praatje met haar maakte, maar vertrouwelijk werd ze nooit. Ze liet zich geduldig helpen; ze begreep wel, dat ze in het ziekenhuis zou moeten blijven, maar het was zeker niet van harte.

   Het was dan ook wel heel erg voor haar. In plaats van in haar eigen huisje te leven, wat te batikken, het eten voor haar man klaar te maken, naar de markt te gaan, moest ze altijd maar blijven liggen en had meestal pijn. En dan die knagende onrust in haar hart, die ze wel voelde, maar die ze toch tegenover niemand uitspreken kon. Wie zou er nu in haar plaats voor haar man zorgen? Wie maakte zijn eten klaar? Wie droeg haar kleren ? ...

   Ik denk, dat ze in die eerste maanden daarover alleen tobde, want dát er iemand anders was stond wel vast voor haar.

   En toen, op een dag was er iemand, misschien uit dezelfde kampong, die het uitsprak: haar man had al lang een andere vrouw. Natuurlijk, zij was niet meer thuis, zou ook wel nooit meer thuiskomen, en hij had toch bediening nodig ! Wat had hij aan een vrouw die in het ziekenhuis moest liggen! ...

   Ze was wanhopig. Ze werd bitter. En van een onverschillig aanhoren van wat er over God en Christus werd verteld, kwam het tot vijandschap. Openlijk trachtte ze de andere patiënten over te halen, er toch niet naar te luisteren. Het kwam zo ver, dat we ons bijna afvroegen, of we zulke tegenwerking in een zendingshuis wel langer konden dulden. Het kostte de verpleegsters moeite haar steeds even vriendelijk te behandelen. Ze verloren bijna het geduld.

   Sosro, die, om het een beetje levendiger om zich heen te hebben, tot nu toe altijd een van de plaatsen midden op de zaal had gehad, vroeg nu om in een hoekje te mogen liggen. Dan hoorde ze ook niet het dagelijks gebed en de gesprekken, die meest om de tafel dicht bij haar bed gevoerd werden. Haar man en haar familie was ze kwijt en wat konden die andere mensen haar schelen.

   Ze kwam in een hoekje. En daar vlak bij lag een andere ongeneeslijke patiënt: Gaboel. Die was ook al lang op de zaal; ze had ontzettend geleden van een voet, die eigenlijk afgezet moest worden, maar die ze niet wilde missen. Eindelijk had ze moeten toegeven. Het werd ondragelijk. Maar zonder voet kon ze het leven niet weer in, en zo bleef ze (ze was toch eigenlijk ook zo zwak) in het ziekenhuis en werd langzamerhand onze verstelnaaister in de zaal.

   Ze werd ook Christin; en een trouwe, blijmoedige Christin. Maar toen Sosro in haar buurt kwam, was haar leven bijna ten einde. Heel kort daarna ontsliep ze. Haar familie, die in haar ziekte bijna niets aan haar gelegen had laten liggen, wilde haar zelf begraven: een Christen-begrafenis zou ze althans niet hebben. (Hieruit blijkt, hoe groot de tegenzin was in het Christendom: zich nooit om een zieke bekommeren, maar ... geen Christelijke begrafenis!)

   En toen kwam bij Sosro de verandering. Op een morgen lag ze niet lusteloos en stil op haar bed, maar zat ze met een lei in de hand de letters te leren, die een van de anderen opgeschreven had voor haar: Sosro leerde lezen! Was dat nu zo iets bijzonders? Ja, want dit was haar eerste, onuitgesproken toenadering tot het Boek, dat de Christenen lazen.

   Niemand nam er notitie van, we lieten haar eerst maar stil begaan. Ze deed het trouwens ook half in stilte. Maar eindelijk kwam de dag, dat ze ons zelf vertelde: het was het sterven van Gaboel geweest, dat haar aangetrokken had. Gaboel was getroost gestorven, ook zonder dat haar familie om haar heen was. Dát had haar getroffen.

   Sosro werd gedoopt! Het was juist in den tijd dat het gewone vergaderlokaal te klein was, als we Avondmaalsbediering hadden; en we hadden nog geen kerk. Eén van de vrouwenzalen werd dan ontruimd (we hadden toen nog veelal patiënten, die niet geheel bedlegerig waren) en daar had dan 's zaterdagsavonds de huisgodsdienst van het ziekenhuis en 's zondags de Avondmaalsbediening plaats. Het was dus kerk op Sosro's zaal. Ze was de enige, die, omdat ze niet lopen kon, die zaterdagnacht op de zaal zou blijven, met een van de verpleegsters als gezelschap.

   "Of ze het niet eenzaam vond zo met z'n tweetjes op die groote zaal?"
   "O nee, ik kan de hele nacht wel denken over wat er vanavond gezongen en gelezen is".

   Het was de eerste keer geweest, dat ze een huisgodsdienst van het ziekenhuis meemaakte en met het oog op het Avondmaal hadden we Jesaja 55 horen voorlezen en Psalm 42 gezongen (dit zijn gedeelten uit de Bijbel - redactie Keerpunt).

   We hebben haar na die zondag nog een hele tijd mogen behouden. En het was wel voor allen duidelijk, dat ze geheel veranderd was. Ze genoot van haar Bijbel en spelde met groot geduld het ene hoofdstuk na het andere. Ze sprak niet veel. Toen eens tot haar gezegd werd "dat ze nu op die zaaI ook door haar woorden een getuige van Christus moest zijn" antwoordde ze: "Ik schaam me eigenlijk nog zó, dat ik vroeger zoo tegen alles inging, dat ik nog niet durf spreken."

   Een enkele keer sprak ze zich uit. Ik herinner me, dat ze in de psalmen zat te lezen, in Psalm 103:

"Zover het oosten is van het westen, zover doet hij onze overtredingen van ons."

   Dát begreep ze ... (De Javanen duiden een richting altijd aan naar de windstreken. Ze spreken niet van links en rechts, zoals wij.) "Zover het oosten is van het westen ... " maar die komen immers nooit weer bij elkaar! Ze kwam er telkens op terug.

   Haar familie heeft haar nooit weer bezocht. Haar man was haar al lang vergeten. Eenzaam is ze in ons ziekenhuis gestorven. En toch getroost, want ze wist, waar ze heenging.

J. C. VAN ANDEL-RUTGERS

  

Overgenomen uit: Joh. van Hulzen en P. Lok, Zendingsleesboek voor de chr. scholen in Nederland en Indie, blz 90-93. Utrecht: uitgeverij Kemink & Zoon, zonder jaar. Spelling aangepast door Kees Langeveld.

Nawoord door Keerpunt: Verpleegster Jacqueline Rutgers sprak in het ziekenhuis in Djokjakarta met mensen over God. Tijdens een verlof in 1910-1911 maakte ze kennis met predikant H.A. van Andel, met wie ze een jaar later trouwde. Na haar huwelijk hoefde ze niet meer in de verpleging te werken en kon ze zich samen met haar man aan het zendingswerk in Nederlands-Indië wijden. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd missionair-predikant Van Andel geïnterneerd in een ziekenhuis. Jacqueline en haar dochter werden opgesloten in een jappenkamp en overleefden de oorlog ternauwernood. Haar echtgenoot niet. Jacqueline koesterde geen haat tegen de Japanners: "Japan blijft tenslotte ook zendingsterrein." Na de oorlog keerde zij met haar dochter terug naar Nederland. Hier werkte ze aan een Javaanse bijbelvertaling. In 1951 vernam ze dat de vertaling in omloop was gebracht. Ze zei tegen haar dochter dat haar aardse taak nu voltooid was. Diezelfde dag kreeg ze een hersenbloeding. Vier dagen later overleed ze, op 3 september 1951.

 
© 2017 Keerpunt
Joomla! is Free Software released under the GNU/GPL License.