Je bent hier:  Home arrow Mensen arrow Ingeborg Sterberg: De pijn van afwijzing begraven

Ingeborg Sterberg: De pijn van afwijzing begraven PDF Afdrukken
zaterdag 20 augustus 2011

Persoon wenst onbekend te blijven.Ingeborg Sterberg (schuilnaam) leefde met de pijn van afwijzing. "Ik was gewend te presteren en liefde en waardering te verdienen." Eindelijk kwam ze ertoe die innerlijke pijn 'in te leveren'. Toen "...werd ik van binnen verscheurd alsof ik een vriend had begraven... Het moment van volledige genezing was hemels. Het voelde alsof ik een dwangbuis, waarin ik ingesnoerd had gezeten, uitdeed."

Angst en afwijzing zijn altijd een vast onderdeel van mijn leven geweest. Het begon eigenlijk al bij de conceptie. Mijn moeder ging in die tijd vreemd, daarom nam mijn vader haar als een 'hoer', zoals hij dat noemde. Het resultaat was ik.

Ouderlijk huis

Tijdens mijn eerste levensjaren werd ik voornamelijk genegeerd door mijn vader, ik was bang voor die man in uniform met die luide stem. Aan mijn broer was de taak om aan alle hooggespannen verwachtingen van mijn vader te voldoen. Omdat hij daarin jammerlijk faalde werd hij dagelijks vernederd en ook geslagen.

In deze tijd kwam de Heere Jezus voor het eerst bewust in mijn leven. In klas drie en vier van de basisschool leerden we dagelijks over de Heere Jezus als voorbereiding op onze eerste heilige communie. Ik was diep onder de indruk van de Heere die aan dat grote kruis hing voor mijn zonden, en met al mijn kinderlijke overgave vroeg ik Hem om vergeving van mijn zonden en om in mijn hart te komen wonen. Nooit zal ik de grote vreugde vergeten welke toen door mijn hart stroomde en het onbeschrijflijke gevoel van licht en vrijheid. Ik huppelde van blijheid door de bloemenvelden zoals alleen een kind dat kan doen.

Hierop volgde een tijd van verhuizingen en bleef ik verder verstoken van onderricht over de Heere Jezus, maar ik wist Hem altijd in mijn hart. De mishandelingen aan mijn broer namen toe, mijn moeder deed zelfmoordpogingen en mijn broer werd met vijftien jaar het huis uit gezet en wij verhuisden naar het buitenland.

In de ogen van de buitenwereld waren we altijd een keurig en net gezin. Ik merkte dat ik de waardering van mijn vader kon verdienen door het behalen van goede schoolresultaten. Ik werd een enorm goede leerlinge. Het waren de hoogtijdagen van de sexuele revolutie en het atheïsme. Alcohol en feestjes met uitspattingen werden steeds gewoner. Mijn moeder raakte geinteresseerd in het occulte. Dagelijks luisterde ik uren naar mijn moeder die onafgebroken praatte over haar problemen. Ik werd de spil van het gezin. Rond mijn vijftiende begonnen mijn ouders me te intensief te betrekken in hun sociale leven als onderdeel van mijn opvoeding. We keerden terug uit het buitenland. Alcohol, feestjes en overspel waren vast onderdeel in ons gezinsleven.

Het wonderbaarlijke was, dat mannen niet aan mijn lijf kwamen. Ik was ondanks alles erg naief, charmant en sexy. Ik verkeerde in vele gevaarlijke situaties. Meer dan eens zeiden mannen tegen me: "Ik weet niet wat het is, maar ik kan jou niets doen." Naief als ik was vond ik dat maar vanzelfsprekend.

Mijn broer kwam weer thuis wonen. Hij was psychisch zeer ziek en een alcoholist. Mijn vader leefde als dictator, mijn moeder manipuleerde en ik was meer dan ooit de spil van het gezin. Met net eenentwintig jaar pleegde mijn broer zelfmoord door middel van een alcoholvergiftiging. Ik had net verkering met een jonge man die later mijn man zou worden. In twee jaar tijd verloor ik mijn broer, mijn geliefde oma, opa en onze trouwe hond. In die tijd deed mijn moeder een ernstige zelfmoordpoging, begon mijn vader mijn moeder te mishandelen, kreeg mijn vader een serieuse verhouding en was drankmisbruik aan de orde van de dag. Mijn moeder misbruikte mij door mij haar sexuele avonturen in geuren en kleuren te vertellen.

Getrouwd

Ik ging verloven en samenwonen met mijn man. Na enkele maanden gingen we trouwen en al gauw kregen we ons wenskindje. Hoewel ik zielsgelukkig was met mijn kindje was ik uitgeput en somber. Ik was gestopt met werken en alle energie en liefde die ik had gaf ik aan mijn kindje.

We waren niet actief gelovig en ik bad ook nooit bewust zoals ik dat nu doe, maar in gedachten praatte ik wel altijd op mijn eigen manier tegen God. Ik vroeg God om de vloek die over ons gezin lag - mijn vader en moeder waren eveneens mishandelde, afgewezen en misbruikte kinderen geweest - bij mij te doen stoppen. 
Dit was een cruciaal moment in mijn leven zonder dat ik er erg in had. Ik had de bemoeienis van de Heere in mijn leven gevraagd. Ik wijdde mijn leven toe aan mijn kinderen. Met inzet van al mijn wilskracht stopte ik het misbruik door mijn moeder. Ik deed veel uit eigen kracht, want ik had er geen idee van hoe ik de Heere erbij kon betrekken. En ik was gewend te presteren en liefde en waardering te verdienen.

Eerst werd alles nog erger. Agressieve buren gingen om niets onze ramen stukgooien 's nachts en ons bedreigen. Onze meisjes waren toen baby en peuter. Ik had slaap-waak dromen waarin ik gewurgd werd. Mijn moeder begon me 's nachts te bellen met zelfmoorddreigingen om mij weer thuis te krijgen. Mijn man en ik waren gewoon òp, maar toch hadden we blije, gezonde kindjes. De moeder van mijn man stierf aan kanker, zijn nichtje van twee kreeg leukemie en ons babietje moest tien dagen naar het ziekenhuis. We hadden niemand behalve een stel trouwe vrienden.

Verhuisd en gerust, moe en somber

Toen kregen we geld en konden we verhuizen naar een prachtig huis in een groene omgeving. We konden weer denken en vroegen overplaatsing aan van mijn man naar een stadje in Friesland. Er was een wachtlijst van acht jaar(!), maar als door een wonder konden we binnen enkele maanden terecht. We kochten een huis en verhuisden op mijn verjaardag, ik werd toen zevenentwintig.

Er kwam rust in ons leven, maar ik werd steeds meer moe en somber. Het verleden nam steeds meer bezit van me. Ik zorgde voor onze kinderen maar verder was ik alleen maar moe. Ons huwelijk kwam onder druk te staan. Ik voelde me afgewezen en bang. Ik kon geen liefde aanvaarden. Ik ging studeren om waardering te verdienen. Ik zocht wanhopig de Heere van mijn kindheid. Ik zocht in Yoga, homeopathie, en boeken.

Op een dag verloor ik mijn geloof. Ik zei: " Heere zoals ik U als kind kende, zo bestaat U niet, U was een kindheidsdroom." Direct daarop werd ik benaderd door iemand van de sekte van Sonia. In dezelfde nacht werd ik in een droom gewaarschuwd. Een immens grote slang schoot met wijd open bek op me af. Gillend werd ik naast mijn bed wakker.

Wedergeboren

Ik ben nooit naar Sonia gegaan, maar ik vertelde die droom de volgende dag aan mijn buurvrouw, welke mij daarop meteen in contact bracht met haar schoondochter die christen is. Diezelfde middag kwam de Heere Jezus terug in mijn leven en werd ik bewust wedergeboren. De vreugde was onbeschrijflijk.

Ik ging mee naar een fijne gemeente en voelde me thuis en geborgen. Ons hele gezin leerde de Heere kennen en we zijn allen wedergeboren en gedoopt. Toen was ik zevenendertig.

Ik had nooit geleerd liefde te aanvaarden dus ging ik enthousiast aan de slag met liefde en waardering te verdienen in de gemeente. Onvoorwaardelijke liefde herkende ik niet, ik zocht feilloos broeders en zusters op welke mij de zo vurig gewenste waardering lieten verdienen. Ik voelde me dan ongelukkig, maar snapte niet hoe dat kwam en deed nog meer mijn best.

De nood achter mijn glimlach

Er bestond verschil in visie in de gemeente en op gegeven moment leidde dit tot een scheuring. Ik had toen nog niet voldoende kennis in huis om dit gebeuren te kunnen plaatsen. Ik voelde alleen maar afwijzing, vooral bij die vrienden waar ik zo mijn best voor had gedaan om waardering. De opgekropte gevoelens van afwijzing en het geen liefde waard zijn van mijn hele leven kwamen in een ware vloedgolf naar boven. Ik had al mijn energie nodig om in leven te blijven, ik huilde op straat, kromp ineen van de pijn en had het haast onbedwingbare verlangen om voor een vrachtwagen te gaan staan. Ik wou me het liefst verdrinken en mijn leven was niet meer veilig.

In zulke zwarte momenten gaf ik mijn leven letterlijk in de hand van de Heere Jezus. Ik bad: "Heere Jezus ik leg de verantwoording voor mijn leven in uw hand", en ik gaf mijzelf, mijn wil en mijn gevoel geheel over aan Hem. Dan ervoer ik een soort berusting en was het gevaar geweken. 
In een nacht riep ik de Heere om hulp: "Heere, zendt mij iemand, ik kan niet meer." De volgende ochtend werd ik om negen uur gebeld door de vrouw van onze nieuwe voorganger. Ze had achter mijn eeuwige stralende glimlach mijn hoge nood herkend.

Toen ging alles heel snel. Ik vertrouwde blind op de leiding van de Heere en kwam terecht in Nehemia in Heerhugowaard, een huis voor christelijke psychosociale hulpverlening. Alles lukte; van de financiën tot de oppas voor de hond. Ik heb daar ontspannen een half jaar lang geleefd. Het werken aan mezelf was ontzettend zwaar maar de zegeningen waren overvloedig.

Twee lessen

Het eerste dat ik leerde was: de Heere heeft jou gewild. Ik was overweldigd. En kort daarna: je bent zoveel waard als iemand voor je wil geven. De almachtige God, de Schepper van hemel en aarde heeft zijn enige Zoon voor mij gegeven uit liefde, omdat Hij mij liefheeft. Hij had me al lief voordat de aarde geschapen was. Deze waarheden zakten van mijn verstand in mijn hart en gaven me nieuw leven. Zelfs correcties op mijn gedrag ervoer ik niet als afwijzing maar als liefde omdat mensen me belangrijk genoeg vonden me te wijzen op schadelijk gedrag.

"Geef Mij die afwijzing"

Het zwaarste was het loskomen van mijn verslaving aan afwijzing. Ik hunkerde naar aandacht van die vrienden die me de meeste pijn gaven. Op gegeven moment herkende ik hoezeer zij op mijn ouders leken, maar het verlangen hen te bevallen bleef mijn leven overschaduwen. Toen ik weer thuis was zei de Heere tegen mij: "geef Mij die afwijzing. Ik heb die pijn al voor jou gedragen toen Ik aan het kruis hing en besmaad en bespot werd. Het is niet nodig dat je hieraan lijdt."

In een half jaar tijd werd ik genezen. Eerst moest ik erkennen dat mijn ziel zwaar verminkt en ik verslaafd aan afwijzing was. Deze pijn was de trouwe, altijd aanwezige vriend in mijn leven en gaf me zekerheid en een levensinhoud. Toen ik deze pijn inleverde bij de Heere werd ik van binnen verscheurd alsof ik een vriend had begraven. De Heere vroeg me en gaf me de kracht mijzelf te vergeven, mijn ouders en mijn pijnigers te vergeven, vergeving te vragen aan mijn omgeving en de daders en vooral aan de Heere God dat ik zijn liefde niet uit genade, maar uit verdienste had willen ontvangen. Het moment van volledige genezing was hemels. Het voelde alsof ik een dwangbuis, waarin ik ingesnoerd had gezeten, uitdeed. Bevrijd gooide ik van binnen mijn armen in de lucht en danste in de stralende zon door kleurrijke bloemenvelden. Ik was verlost!

Morgen word ik drieënveertig jaar en ik voel me levender dan ooit.

Dood waar is uw prikkel ?

(Dat staat in de Bijbel: 1 Corinthiers hoofdstuk 15 vers 55)

Want ik ben verzekerd, dat noch dood noch leven, noch engelen noch machten, noch heden noch toekomst, noch krachten, noch hoogte noch diepte, noch enig ander schepsel ons (mij) zal kunnen scheiden van de liefde Gods, welke is in Christus Jezus, onze Heere.

(Dat staat in de Bijbel: Romeinen hoofdstuk 8 vers 38)

Ingeborg Sterberg (schuilnaam), 2000

Omwille van de privacy van de hoofdpersoon is een schuilnaam gebruikt.  

© Keerpunt, 2000, 2010

 
© 2017 Keerpunt
Joomla! is Free Software released under the GNU/GPL License.