Je bent hier:  Home arrow Mensen arrow E arrow Elisabeth: Ik heette Midian Satachrist

Elisabeth: Ik heette Midian Satachrist PDF Afdrukken
dinsdag 23 november 2004
ElisabethElisabeth maakt een echtscheiding van haar ouders mee en doet nare ervaringen op met een vriend van haar moeder. Later begint ze "dingen te zien die andere mensen niet zagen." Er verschijnen figuren uit de onzienlijke geestelijke wereld. Wat lijkt op de magische fantasiewereld van tovenaarsleerling Harry Potter uit de boeken van JK (Joanne Kathleen) Rowling wordt realiteit in het leven van Elisabeth. Op jonge leeftijd ontwikkelt ze zich, onder leiding van een meester uit de wereld van de geesten, tot een hogepriester bij de 'satanskinderen.'  Uiteindelijk raakt ze in het nauw, heeft genoeg van het kwaad en besluit te breken met de geestenwereld. Een schokkend relaas van een tiener die nu getuigt: "Ik heb mijn rust gevonden."

Ik kan me nog herinneren dat, toen ik jonger was, ik me niet voor kon stellen dat mensen satan wilden aanbidden. En gothic? Afschuwelijk! Ik zou dat nooit gaan doen. Na wat ik de afgelopen jaren heb meegemaakt, kom ik tot de conclusie dat we beter nooit, nooit moeten zeggen…

Toen ik in groep 3 van de basisschool zat gingen mijn ouders scheiden. Door de hele situatie thuis kon ik me niet meer concentreren op mijn school en bleef ik zitten. We hadden tijdelijk onderdak kunnen vinden bij onze kerk. We mochten in de jeugdruimte wonen. Dat was niet altijd zo leuk. Vaak kwam er de jeugd bij elkaar waardoor het heel erg druk werd in huis. Ik was tijdens die verhuizing ook naar een andere school gegaan waar ik al vlug weer vriendinnen had. Mijn moeder had ondertussen een relatie met één van de broeders van de kerk.

Na heel wat maanden kregen we een huis verderop in Treebeek. Toen we helemaal waren ingetrokken begon mijn moeder te studeren voor beveiligingsagent. Mijn moeders vriend paste in die tijd vaak op mij. Naarmate mijn moeder was geslaagd en werk had gekregen, was ik de afgelopen jaren vaak alleen thuis. Mijn vader wou namelijk niet op mij passen. In het begin was het leuk, maar na een tijdje wou ik mijn moeder weer gewoon als een moeder. Na een hele tijd werd mijn moeder ziek. Het was rond Kerst en er was bijna geen eten meer in huis, laat staan lekkernij. Mijn moeder had van de laatste dingen die ze nog had kerstpakketten gemaakt, die ik bij verschillende buurtbewoners moest brengen. Niet lang daarna kwamen de buren aan de deur met allemaal lekkere dingen. Ik zat aan tafel met al die lekkere dingen voor me. Ik had alsnog een leuke kerst.

Pedofiel

In één van de zomervakanties gingen mijn moeder, haar vriend en ik naar Engeland. We sliepen bij een kennis van mijn moeders vriend. Vaak als we ’s ochtends wakker werden, kroop ik tussen de dekens bij mijn moeder en haar vriend. Op een ochtend stond mijn moeder als eerste op. Ik lag nog in bed met mijn moeders vriend. Terwijl mijn moeder in de kamer was, benaderde hij mij met seksuele bedoelingen. Ik dacht dat wat ik voelde de deken was en besteedde er verder geen aandacht aan. Als klein meisje heb je nog geen flauw idee wat seks is en besteedde ik ook hier geen aandacht aan. Dit soort gebeurtenissen hebben vaker plaats gevonden.

Na een hele tijd begon mijn moeder het door te krijgen dat hij niet van mijn moeder hield, maar van mij. Een pedofiel dus. Mijn moeder stapte naar de voorganger van de kerk en deed haar verhaal. In plaats dat de voorganger ons hield dreven ze ons de kerk uit. Niemand van de kerk wilde nog iets met ons te maken hebben.

Er waren ongeveer 2 jaar voorbij gegaan. Op een of andere manier kreeg ik een naar gevoel door me heen als een jongen mij aanraakte. Hoe dat kwam wist ik toen nog niet.

Mijn moeder en ik spraken nog veel over die tijd, maar mijn moeder wou niet vertellen waarom het nou uit was gegaan. Mijn moeder vertelde mij ook dat de voorganger van haar kerk met haar naar bed wou, terwijl hij een vrouw en een dochter had. De kerk waar wij zaten was dus niet zuiver.

Mijn moeder begon weer te werken. Ik was nu wat ouder en kon mezelf goed redden. Op een gegeven moment begon ik dingen te zien die anderen mensen niet zagen. Denk aan konijnen en andere dieren waar kinderen van houden. Later werd dat een jongen.

Naar IJmuiden

In de tussentijd had mijn moeder een nieuwe vriend. Hij woonde in IJmuiden en op een gegeven moment kwam hij elk weekend naar Limburg. Na een hele tijd besloot mijn moeder in te trekken bij haar vriend. In de zomervakantie verhuisden we naar IJmuiden. Halverwege de verhuizing gingen we op vakantie naar Suriname. Ik weet niet meer precies hoe het is gegaan, maar in Suriname flitsten de gebeurtenissen met mijn moeders ex-vriend in mijn gedachte voorbij. Ik was te weten gekomen wat er precies gebeurde en wat er gebeurd zou zijn als mijn moeder hem niet had gedumpt. Dat was een harde klap voor mij en ook voor mijn moeder.

Nadat de zomervakantie voorbij was begon de school weer. Ik zat in groep 7 en moest weer nieuwe vriendinnen maken. Dit keer ging het iets moeilijker, maar na een hele tijd raakte ik bevriend met een aantal meiden en had ik mijn plekje zo’n beetje gevonden.

Aan mijn lot overgelaten

We woonden al een paar weken in IJmuiden. Ik merkte dat het contact tussen mijn moeder en ik minder werd. Ze besteedde heel veel aandacht aan haar nieuwe vriend. Op een gegeven moment werd ik als het ware aan mijn lot over gelaten. Ze luisterde niet meer naar mij.

Ongeveer een jaar later, kwam ik uit school. Mijn moeder stond klaar om te vertrekken naar Amsterdam. Ze vroeg of ik mee wou. Ik had er geen lekker gevoel over en zei nee. Mijn moeder vond dit niet leuk. Ze probeerde me over te halen, maar ik bleef bij mijn eerste antwoord. Toen zei ze dat ze me tien gulden zou geven als ik mee ging. Hierdoor kwam ik even in de verleiding, maar ik hield het bij nee. Hierbij liep mijn moeder boos de deur uit. Het was al 7 uur en ze was nog niet thuis. Ik belde naar mijn tante, maar die zei dat ze allang vertrokken was. Ik probeerde haar op haar mobiele telefoon te bellen, maar er werd niet opgenomen.

Niet lang daarna stond er een politieagent voor de deur om te zeggen dat mijn moeder een zware aanrijding had gemaakt. Zo vlug mogelijk reden mijn moeders vriend en ik naar de eerste hulp. Mijn moeder moest 3 dagen in het zieken huis blijven. Toen mocht ze weer naar huis. Mijn moeder had heel erg veel pijn eraan over gehouden. Ze wou het liefst dood. Mijn moeder moest ook niets meer van het christendom hebben. Ik had al geen goed contact met mijn moeder en nu was ons contact helemaal, als het ware, stuk gelopen. Na een paar maanden besloot mijn moeder met haar vriend te gaan trouwen. Toen zag mijn moeder mij helemaal niet meer zitten. Ik vroeg me toen echt af waarom ze niet was dood gegaan tijdens de aanrijding. Dan was ik meteen van dat mens verlost…..

Eerste inwijding

Ongeveer 167 jaar geleden, heeft Satan een persoon uitgekozen om een religie te stichten die helemaal naar zijn wensen zou zijn. Om verschillende redenen is dit niet gelukt. Daarna heeft Satan het nog 2 keer geprobeerd, maar deze waren ook mislukt. Rond 1995 probeerde Satan het nog een keer. Dit keer koos hij 5 jonge mensen die zijn hogepriesters zullen zijn van de nieuwe religie. En dit keer blijkt het hem te lukken. Één van deze hogepriesters was Midian Satachrist.

De satanskinderen is een onbekende stroming binnen het satanisme. Ze geloven in het bestaan van God en zijn zoon en ze geloven de verhalen in de bijbel. Ze staan alleen aan de kant van Satan. Doordat ze veel mensen in hun macht hebben, worden ze ook wel de uitverkorenen van Satan genoemd. Een satanskind kan je niet zomaar worden. Je moet aan een aantal eisen voldoen en die heeft niet iedereen.

We gaan nu even een heel stuk terug in mijn verhaal. Je weet nog wel dat ik vertelde dat ik allerlei dieren zag en dat wat ik zag later een jongen werd? Satan had toen al een weg in me gevonden en probeerde mijn vertrouwen te winnen. Dat is hem goed gelukt. Ronde mijn elfde kreeg ik mijn ‘eerste inwijding’. Of wel: ik had mijn ziel aan de duivel verkocht. Satan kon nou zijn plan met mij uitvoeren.

Na mijn eerste inwijding veranderde de wereld voor mij totaal. Ik had toegang tot een wereld die bestaat, maar de meeste mensen niet kunnen zien; de geestelijke wereld. Ik kon dus geesten zien, voelen en horen. In het begin was dat niet zo prettig, maar ik wendde er vlug aan.

Een hogepriester word je niet zomaar. Ik kreeg dus ‘lessen’. Een demoon gaf me les. Mijn meester was dag en nacht bij me. Als hij even weg ging was er iemand anders in de kamer. Die bleef tot dat hij terug kwam. Ook als ik naar school ging bleef hij thuis. Heel af en toe ging hij met me mee naar het winkelcentrum. Naast dat hij me les gaf was het ook een goede vriend van me.

Tweede inwijding

Na een jaar was het lekker leventje afgelopen. Ik kreeg mijn tweede inwijding. Hierbij kreeg ik ook een occulte naam: Midian Satachrist. Ik moest dag en nacht leren. In mijn slaap ging ik altijd naar een bepaalde plaats waar de andere vier hogepriesters ook aanwezig waren. Daar moesten we verder leren. Wat ik raar vond is dat ik een keertje in zo’n droom ruzie kreeg met een meester. Hij pakte me bij mijn pols waarbij zijn nagels in mijn huid gingen en sloeg me in mijn gezicht. Toen ik de volgende ochtend wakker werd had ik een blauwe plek op mijn rechter wang en in mijn pols zag ik 6 opgedroogde bloedpuntjes. Mijn meester liep naar me toe en zei dat ik geen ruzie met de meesters moet zoeken. Hij raakte de wonden aan. Na een half uur was er niets meer van te zien. Net alsof er helemaal niets was gebeurd.

Na een hele tijd had ik al heel wat dingen onder de knie en was ik totaal veranderd. Ik droeg alleen maar zwarte kleding en begon steeds meer te lijken op gothics. Satan was tevreden met me. Ik kon al gebaar rituelen uitvoeren. Ik moest alleen nog leren de rituelen van de hogepriesters uit te kunnen voeren. Ik had ook demonen in mijn macht. Demonen zitten overal, op school, in de Etos, in de toiletten van de Burger King enz. Als ik in een omgeving met veel mensen was, communiceerde ik met ze via mijn gedachte. Dit heeft trouwens niet met telepathie te maken. Het is gewoon de kracht van de demonen.

Onze magie wordt altijd ondersteund door een demoon. We doden ook met magie. Van Satan hadden we een verbod gekregen met wapens te doden. Hij zegt dat dat voor zwakke mensen is. In andere groepen is het normaal spullen te gebruiken. Satanskinderen gebruiken gebaren. Ook speelt bloed een grote rol tijdens rituelen. Één van de hogepriester had al een kleine satanskinderenkring. In deze kring is het normaal af en toe mensen te offeren. Daarvoor worden meestal illegalen gebruikt, want die worden toch niet vermist.

Zelfverminking

Wanneer het jongste satanskind 17 is, wordt de eerste satanskinderen kerk opgericht. Al dit soort dingen kregen we dus voor onze neus geschoven om te leren, ook om te leren wat er komen zal.

Op één dag kreeg ik de opdracht mijn moeder te vermoorden. Ik zei tegen mijn meester dat ik hier eerst een plan voor moet maken. Ik kan niet zomaar gaan moorden. Hiermee ging mijn meester akkoord.

Een keer stelde Satan mij op de proef. Ik moest mijn polsen door snijden. Mijn meester gaf me een mes. Ik pakte het aan en maakte een snee in mijn pols. Toen nog één en nog één. Op een gegeven moment kon ik daarmee niet stoppen. Mijn meester schreeuwde dat ik moest stoppen. Ik luisterde niet en ging gewoon door. Het was heerlijk pijn te voelen. Mijn meester pakte mijn hand vast. “Je houdt nu op, je hebt genoeg bewezen hoeveel je over hebt voor je Vader” zei hij. Ik liet het mes uit mijn hand vallen en ging achterover zitten. Even likte ik het bloed op dar uit de sneeën liep. Niets was beter dan de smaak van bloed. Mijn meester sprak een spreuk uit over de sneeën die ik in mijn handen had gemaakt. Meteen stopte het bloeden. De volgende dag, toen ik wakker werd, was er niets meer van de sneeën te zien. Niet eens een litteken.

Doordat ik mijn ziel aan satan had gegeven, kon satan met me doen wat hij wou. Zo kwam het vaak voor dat, als ik ’s ochtends wakker werd, ik aan mijn bureau zat of op de grond lag.

Één keertje was ik naar bed gegaan. Ik werd wakker doordat ik het koud had en het onder mijn voeten nat aan voelde. Ik deed mijn ogen open en tot mijn schrik stond ik op het randje van het dak. Ik heb geluk gehad dat ik niet alsnog naar onderen ben gevallen.

Jeugdkerk

Op de zaterdag ging ik vaak naar het winkelcentrum. Ik zou eigenlijk weer naar huis gaan, maar een stem zei dat ik nog even naar de Kruidvat moet gaan. Ik besloot dus naar de Kruidvat te lopen. Nadat ik een hele tijd in die winkel had rondgesnuffeld liep ik weer naar buiten. Opeens rende er een man naar me toe. Hij was van een of andere jeugdkerk en vroeg of ik zin had een dagje te komen kijken. Ik kreeg een blaadje onder mijn neus geduwd waar de tijd en het adres op stond. Nadat hij weer verder liep, liep ik regelrecht naar de prullenbak. Toen ik bij de prullenbak stond besloot ik toch maar het blaadje in mijn zak te stoppen. Toen ik thuis kwam heb ik een hele tijd naar het blaadje zitten kijken. Mijn meester keek me aan. “Je gaat daar toch niet heen, hé?” Vroeg hij. Ik liep naar onderen en vroeg aan mijn moeder of ik daar heen mocht. Mijn moeder vond het goed.

Toen ik die avond daar aan kwam werd ik meteen vriendelijk begroet. Ik was hierdoor even de kluts kwijt. Ik zit bij een groep die deze mensen wou vermoorden, maar zij deden zo aardig tegen mij. Tijdens de dienst kon ik mijn gevoel niet meer onderdrukken en begon ik te huilen. Ramona zag het en liep naar me toe. Ik heb een deel verteld wat me dwars zat. Sinds dien heb ik nog steeds contact met ze.

Toen ik thuis kwam was mijn meester woedend. Hoe had ik het in mijn hoofd durven te halen naar zoiets toe te gaan. Ik werd ervoor gestraft. Overal waar ik kwam werd ik door demonen uitgelachen en regen werd bloed. Op een gegeven moment kon ik er niet meer tegen en heb ik met een maatschappelijk werkster van school gesproken. Via haar werd ik doorgestuurd naar het Riagg. Het duurde niet lang of ik zag die gesprekken niet meer zitten. Ik ging dus doen alsof alles weer in orde was. Ondertussen had ik met mijn meester gesproken. Hij vond dat de straf nu wel lang genoeg heeft geduurd. Alles werd weer zoals het was.

Op een gegeven moment had ik schoon genoeg van het leren. Ik zei het tegen mijn meester. Hij keek me raar aan. ‘Je wilt toch je moeder vermoorden?’ Vroeg hij. Ik zei nee. Ik dacht dat ik een hele spreek zou krijgen, maar mijn meester ging weg. Ik was heel erg verbaasd hierover. Niet lang daarna voelde ik een koude wind achter me. Ik draaide me om en zag daar een man met een doodskist staan. Even wist ik niet wat ik moest doen. Te laat besloot ik naar de deur te rennen. De man had me al te pakken gekregen en probeerde me in die doodskist te duwen. Het duurde niet lang of ik had verloren. Met een harde klap viel ik op de grond. Mijn meester kwam terug. ‘Zo, je wou niet meewerken. Dan pakken we je gevoel voor liefde af’ zei hij. Ik had de strijd verloren.

Ik had er spijt van dat ik contact had gezorgd met Ronald en Ramona. Ik probeerde ze nu zo vaak mogelijk te ontlopen. Ik dacht zelfs aan weglopen, maar dat lukte niet. Na een hele tijd kwam ik toch weer met ze in contact en begon alles weer van voor af aan.

Ontworsteling

In de zomervakantie ging ik samen met mijn moeder alweer naar Suriname. Één avond werd ik wakker omdat ik voelde dat er demonen in huis waren. Ik draaide me naar de deur en opeens stond daar een oude vrouw. Haar rechter helft van haar gezicht was verbrand. Ze keek me met haar verbitterde ogen aan. Ik draaide me met mijn rug naar haar toe. Ik keek nog even over mijn schouder, maar ze was al weg. De volgende dag kreeg ik geen lucht. Een demonische slang had zich om mijn heen gewikkeld. Mijn moeder kwam de kamer binnen en schreeuwde waarbij de hele familie naar de kamer toe rende. Allemaal begonnen ze te bidden. De kracht van Satan is toen een heel stuk zwakker geworden.

Ik begon na te denken wat ik de afgelopen jaren allemaal had meegemaakt. Ik besefte toen echt dat ik satan niet meer wilde dienen, ik wilde niet meer voorbereid worden op moorden of aan magie doen. Één van de regels die we hadden was; als je je vader zou verlaten, zal hij je vermoorden. Niemand durfde dus die stap te zetten.

Ik werd er steeds meer geconfronteerd dat Jezus mij kan redden. Op een gegeven moment waagde ik die stap nog een keer te zetten. Ik zei tegen mijn meester dat ik niet langer een hogepriester van de satanskinderen zou zijn. Mijn meester stond op. Even keek hij me aan en zei toen dat ze me dan zullen vermoorden. Hij is toen weg gegaan.

Die afgelopen maanden waren de vreselijkste maanden die ik in mijn hele leven heb meegemaakt. De pijn was soms zo erg, dat ik het gevoel had dat mijn hele lichaam in brand was gestoken of dat er iemand een vat bijtend zuur over mijn lichaam had gegooid. ‘Zo,’ zei mijn meester, ‘hoe voelt pijn zonder Satan?’ Alle pijn en druk kon ik niet aan. Ik wou nog maar één ding, zelfmoord plegen. Ik sneed mezelf, maar sprak er ook weer een herstellingspreuk over uit. Ik wou alleen de pijn voelen. De pijn van domheid, zoals ik het zelf toen noemde. Mijn meester kwam terug en zei dat ik moet gehoorzamen, want ze zullen me nooit met rust laten. Ze zullen me blijven volgen tot dat ik het eindelijk opgeef.

Ik wist dat ik het deze keer niet mocht opgeven. Anders zouden al deze martelingen voor niets zijn geweest. Na een hele tijd raakte ik verbitterd. Ik wou niets met Satan te maken hebben, maar ook niets met Jezus. Ik was die geestelijke wereld zat. Na al die ellende wou ik rust.

Mijn meester kwam terug en vroeg mij waarom ik niet meer wou. Waarom ik mijn hogepriesterschap wilde op geven voor iets waar ik geen leiding heb. Waarom ik mijn macht inruil voor iets waar ik geen macht heb. Ik had een belangrijke rol bij de satanskinderen en die kon ik niet zomaar opgeven. Waar moesten de jongere satanskinderen naar toe zonder hogepriester? Ik keek hem niet aan en beantwoorden zijn vragen niet. Hij stond op. ‘Oké,’ zei hij, ‘maar neem van mij aan dat je er spijt van gaat krijgen.’ Toen liep hij weg.

De hele wereld interesseerde me niets. Ik had genoeg van het leven. Een gevorderde hogepriester heeft veel moorden en slechte daden op zijn naam staan. Als ik met Satan door was gegaan zou ook ik gaan moorden. Wie wil dat nou? Ik niet meer!

Ze baden voor mij

ImageRonald was bij hem thuis een huiskring begonnen en voor het eerst kwam een man uit Rotterdam er spreken, die nu elke maand komt. Ik was een van de eerste keren al aanwezig. Toen kwam Gerard binnen lopen. Een vent met een lach van oor tot oor. Als het een kerk was, was ik naar huis gegaan! Ik kon hem niet uitstaan. Ik vond hem echt net een gelovige clown. Vreselijk!

Aan het einde van de dienst gingen al veel mensen weg. Ik besloot nog even te blijven. Overal stonden stoelen, maar waar kwam die ‘clown’ zitten. Juist, naast mij. Toen voelde ik echt de woedde in mij naar boven komen. ‘Sla hem toch door het raam naar buiten’ zei een stem tegen mij. Ik besloot dat maar niet te doen. Straks gaat hij nog wijwater over me heen gooien!

Een maand later was hij er weer en deze keer was mijn moeder er ook bij. Op een gegeven moment werd er gevraagd voor wie er moest worden gebeden. Mijn moeder pakte me bij mijn boven armen vast en bracht mij bij hem. Ik raakte hierdoor nogal geïrriteerd. Wat er daarna precies is gebeurd weet ik niet meer. Mijn moeder vertelde me dat ik in een soort trance zat.

De mensen waarmee ik bevriend was, geloofden dat ik een satanist was. Dat had ik hun verteld, maar op een gegeven moment moest een deel van de waarheid naar buiten komen. Ik heb ze toen verteld over de satanskinderen, maar ik zei niet dat ik een hogepriester ben geweest. Ik zei dat ik een eerste graad leraar ben geweest, dat is een functie binnen de satanskinderen. Ik was bang dat iemand me zou vermoorden of dat mensen mij op afstand proberen te houden omdat ze bang zijn dat ik ze dan in een kikker omtover. Niet dat ik dat kon, maar mensen denken meteen aan verzonnen verhalen. Iemand te vertellen dat je een hogepriester was is niet bepaald gemakkelijk.

Sinds die avond moest ik helemaal niets meer van de satanskinderen hebben. Al mijn satanische spullen heb ik weggegooid, zelfs al mijn cd’s heb ik gebroken. Ik moest een nieuwe start maken.

Na die dag is mijn wereld totaal veranderd. Het eerste wat me opviel is dat het stil was. Normaal was mijn meester er altijd met wie ik sprak en spelletjes speelde als ik me verveelde, ook als ik op straat liep werd ik vaak door demonen aangesproken. Maar ik hoorde niets en zag ook niets. Van binnen voelde ik me heel erg leeg en eenzaam. Ik miste de wereld van de satanskinderen. Die leegte maakte me bang en ik begon te huilen als een klein kind dat haar ouders kwijt was, maar dat duurde niet lang. Op een gegeven moment kreeg ik het gevoel dat er mensen in de kamer aanwezig waren en me troostten. Het huilen sloeg al snel over naar lachen, wat ik nogal vreemd vond. Mijn leegte werd gevuld door een heerlijk gevoel, die ik niet meer wil los laten.

Doop

Toen Gerard er weer was vertelde hij dat er over een paar weken een doopdienst in zijn kerk was. Dat sprak me meteen aan. Ik vroeg of ik ook mocht worden gedoopt en dat mocht.

Op 26 oktober 2003 ben ik gedoopt met de tekst (woorden van Jezus):

Ik ben het licht van de wereld. Wie Mij volgt, zal nooit in het donker rondtasten maar leven in het licht.

Image

Na mijn doop had ik echt het gevoel dat ik Midian Satachrist voor altijd in het water had achter gelaten.

Na mijn doop moest ik me klaar maken om de waarheid naar buiten te laten komen. Ik kan niet altijd blijven leven met een leugen. Ik schommelde nog heel erg. Soms was ik heel erg agressief, maar ik groei in het geloof en dat merk ik ook aan mezelf. Mijn lesbische voorkeur was na de dag van mijn doop ook meteen verdwenen. Ik ben een totaal ander iemand dan toen ik was. Nu vind ik het zelf dom dat ik niet voor de waarheid durfde uit te komen! God zorgt voor me. Ik hoef nergens bang voor te zijn.

Gelukkig reageerden de mensen in mijn omgeving er goed op toen ik ze de waarheid vertelde. Ik heb mijn rust gevonden en daarvoor zal ik God eeuwig dankbaar zijn.

Ik ben nu 15 jaar (2004). Toen ik jonger was had Satan al plannen met mij. Zo zie je dat Satan niets om leeftijd geeft. Ik ben blij dat ik mijn 4,5 jarig leven als hogepriester achter de rug heb. Wat ik vaak zie is dat mensen Satan en zijn aanhangers onderschatten. Satan kan veel. Maar onthoud: Satan kan niet van Jezus winnen en geen eeuwig leven geven!

Vaak vraag ik me af of dit wel allemaal waar was, maar als ik aan die paranormale persoon denk, die zei dat die hetzelfde zag als wat ik zag, weet ik gewoon zeker dat dit geen verbeelding is geweest. Ik heb naast wat ik allemaal hier heb geschreven nog wel meer meegemaakt. Wat ik wil zeggen is dat we voorzichtig moeten zijn, want voordat je het zelf weet heeft Satan jou in zijn macht. Zeg nooit, nooit!

Dank aan mijn moeder

Mijn moeder heeft me verteld me dat ze al die tijd om me gestreden heeft. Toen de tijd aanbrak dat ze echt merkte dat er iets goed mis was zat ze soms de hele nacht op de trap te bidden. Mijn moeder probeerde met mij te praten, maar ik moest niets meer van haar hebben. Pas later verbeterde het contact tussen mijn moeder en ik. Ik ben mijn moeder dankbaar ervoor dat ze voor mij gevochten heeft. Zij is diegene die het meest met me heeft meegemaakt, zij is diegene die ik haatte, maar de hoop niet op gaf. Zij is diegene die me de tijd gaf om na te denken.

Ik ben het licht van de wereld. Wie Mij volgt, zal nooit in het donker rondtasten maar leven in het licht. (Jezus)

Image

Elisabeth, 2004, 2005.

Gepubliceerd op Keerpunt in 2004, gewijzigd in 2005. Bewerking: Kees Langeveld.

Naar aanleiding van dit verhaal kun je contact opnemen met Elisabeth door haar een e-mail te sturen.

 
© 2008 Keerpunt
Joomla! is Free Software released under the GNU/GPL License.