Roos van Ooik: Geen zweverig gedoe
zondag 11 januari 2004
Roos van Ooik komt uit een "fijn christelijk gezin" maar ... "als er iets is waar ik in mijn leventje moeite mee heb gehad is het wel het christelijke gebeuren." Wilde ze zelf wel christen zijn? Was ze niet gelukkiger met haar uitgaansleven? Wie was ze eigenlijk?
"Niks geen zweverig gedoe, gewoon een verhaal over hoe ik erachter kwam wie ik ben."

Ik ben Roos. Kom uit een fijn christelijk gezin, hoor mijn hele leven al Elly en Rikkert en ken bijna alle opwekkingsliederen uit mijn hoofd. ‘k Ben ondertussen 21 jaar, woon op kamers in Wageningen en studeer aan de PABO in Ede (op de Chrístelijke Hogeschool Ede)…

Zoals je waarschijnlijk zal vermoeden: ik ben christen. Vrij logisch zou je denken. Nou, not. Als er iets is waar ik in mijn leventje moeite mee heb gehad is het wel het christelijke gebeuren. Omdat ik waarschijnlijk niet de enige ben, heb ik wat over mijn persoon op papier geklad. Ik ben niet verslaafd geweest en ben niet spectaculair tot bekering gekomen, maar misschien maakt dat het juist de moeite waard om het te lezen. Niks geen zweverig gedoe, gewoon een verhaal over hoe ik erachter kwam wie ik ben.

Nadat ik als puber ontzettend heb lopen klooien, mijn ouders (vooral moeder) tot wanhoop dreef, zoals weglopen, ‘verkeerde’ vriendjes, brutalen, spijbelen, misschien ken je het wel, ben ik keihard tot een halt geroepen. Huh? Een puber op zijn vijftiende rustig laten worden? Tja, mijn vader kreeg een hartstilstand…Beng! ‘k Was toen samen met mijn broertje en m’n vader op wintersport in Oostenrijk, mijn moeder was thuis gebleven met mijn oudste broer en de baby.

Vanaf die tijd heeft mijn vader drie jaar in coma gelegen. Sinds die tijd wist ik dat ik God moest dienen, want stel je voor dat ik ook dood neer zou vallen…wat dan? Omdat ik toch altijd naar de kerk en zo was geweest, wist ik wel het een en ander. Je moest goed doen voor andere mensen, evangeliseren, je ouders dienen, niet verkering hebben met een onchristelijke jongen, je hoorde je handen in de lucht te doen bij het zingen. Tot dan toe had ik aan dit alles nooit wat gedaan, tenminste niet bewust. Na deze toestand heb ik het uit gemaakt met mijn toenmalige vriendje, probeerde goed te doen en gaf me op voor een evangelisatiekamp. Ik wilde dat God blij met me zou zijn.

Na ja, een paar jaar hield ik dit zo goed en zo kwaad als het ging vol. Ging ieder jaar op kamp en vertelde af en toe wat christelijks op school. Maar het eindigde allemaal toen ik op kamers ging. Opeens heb je helemaal geen verplichtingen of imago’s waar je je aan moet houden. Tja, je kan niet meer met je moeder mee naar de kerk, want das te ver weg. Al je vrienden zitten overal, maar niet in jouw buurt. En het studentenleven is super gaaf. Er waren weken bij dat ik iedere avond uitging, met als gevolg dat ik of niet naar school ging of (bijna) lag te pitten in de collegebanken. Omdat ik op een christelijke school zit, werd ik nogal eens scheef aangekeken, als ik weer eens met een witte kop op school kwam. Maar als ze ook maar iets er over zeiden, had ik wel weer een christelijk antwoord klaar; zoiets van: je moet toch in de wereld staan.

Ik vermaakte me best. En die kerk en die zweverige christenen miste ik al helemaal niet. ’t Ging allemaal prima, waarom dan iets met God doen. Natuurlijk heb ik in het begin wel eens wat christelijks geroepen tegen wat studenten, maar goed dat werd dan weer direct onder uitgeschoffeld met drie knettergoeie tegenargumenten.

Op een gegeven moment had ik zelfs bedacht dat ik eigenlijk helemaal geen echte christen was. En eigenlijk wilde ik het ook niet zijn, als ik naar al die christenen keek. Toch geloofde ik ergens nog wel in Jezus. Maar deze kleine piekerbuien vielen helemaal in het niets bij alle feesten en kroegavonden die ik had en natuurlijk gigantisch leuk waren!

Toen belde op een dag mijn moeder… Mijn broer bleek een dodelijke ziekte te hebben, zijn lichaam maakte geen zuurstofrijk bloed meer aan. Hij ging langzaam dood. Toen ik het hoorde, leek het net alsof ik in elkaar geslagen werd. Waarom hij en getver zou alles zich weer herhalen? Het heeft toen al met al nog een maand of twee geduurd en toen overleed hij. Het was een mooie begrafenis en mijn moeder gaf God alle eer. Waardoor ze straalde…ik ook. Dat snap ik nog steeds niet hoe ik ook kon stralen. Mijn vriend (Job) zei nog: “Ik zie datzelfde vuur in jou als in je moeder.”

Mijn moeders ‘vuur’ bleef flink doorwoeden, terwijl dat van mij hopseflops zo weer weg was. Vanaf toen ging het allemaal niet zo lekker meer met mij. Het hakte er nogal in. Wilde God mij iets duidelijk maken, wat ik niet doorhad. Zou er nog iemand dood moeten gaan voor mij. Ik voelde me ronduit rot.

Ik besloot maar weer eens naar een kerk te gaan, de bijbel maar weer eens te pakken. Maar als ik al die christelijke mensen weer zag, kreeg ik gewoon de kriebels. Zo’n gozer met zo’n houten kruis om zijn nek bijvoorbeeld…je gaat toch niet met een moordwapen om je nek lopen!! “Halleluja, prijs de Heer! Jezus is het antwoord!” Jèh, right.

Al met al ben ik ongeveer drie keer geweest, verspreid over een half jaar. Verder heb ik echt mijn best gedaan om bijbel te lezen, maar er zijn nog zoveel andere leuke boeken. Ik kon gewoon niet christelijk zijn, ik kon gewoon geen christen zijn. Ik kon dus ook niet weten of ik naar de hemel of de hel ging als ik dood neer zou vallen. Ik wist niet eens wie ik was, laat staan dat!

 Op een één of andere manier leek deze frustratie een soort grijparmpjes te hebben; want school ging belabberd, mijn studentenvereniging (was ik preses van) verliep rottig slecht, Job zat in een mega dip, mijn werk als artiest heb ik gekapt…alles leek in de soep te loepen.
Wijs als ik ben (ahum) besloot ik het vierde blok van mijn studie te skippen en het hele derde jaar nog eens te doen. Ik dacht ik heb rust nodig, zodat ik alles op een rijtje kan zetten. Ik heb zelfs serieus overwogen om een psychiater in de arm te nemen. Het vierde blok heb ik dus met vrije tijd ingevuld, maar rust kreeg ik niet. Die knoop in mijn kop kreeg ik niet ontward.

Op een dag zat ik met het zusje van Job op een terrasje wat te drinken. Ze vertelde dat ze wel wat nieuwe mensen wilde leren kennen. Ik met mijn goeie ideeën bood aan om samen met haar op een kamp te gaan. Zij als deelnemer, ik als leiding (leeftijdsverschil). Zij zou een kamp uitzoeken en dan zou ik me gaan opgeven als leiding, want tja die hebben ze overal nodig. Het werd een werkvakantie in Roemenië met Junior(organisatie). Maar voordat we zeker wisten dat we echt daadwerkelijk meekonden hadden we nog een week over voordat we zouden vertrekken. Je zult wel begrijpen dat ik nogal baalde van die hele organisatie. Nee om eerlijk te zijn bleef ik liever thuis. Maar goed, da was wat lastig.

Als ik nu terugkijk op dat kamp, heb ik zulke gave dingen ontdekt. Mijn hele knoop is foetsie, ik word blij als ik aan God denk en lees het liefst de hele dag in de Bijbel. Huh? Roos? Ben jij het? Tja, ik moet bekennen dat het wel abrupt is, maar het is zo ontzettend gaaf! Ik zal je vertellen wat ik ontdekt heb. Dat ontdekken ging trouwens op een vrij gewone manier; praatje hier, gesprekje daar, bijbel es lezen, mensen observeren.

Eén van de eerste avonden heb ik lang met een gozer gepraat. Hij zei: “Roos, als jij gekozen hebt voor Jezus, komt de Heilige Geest in jou wonen.”
“En?” dacht ik, “Da weet ik wel.”
“Dat houdt in,” ging ie verder, "dat jij niks hoeft te doen, maar dat de Heilige Geest vanzelf wel laat merken wanneer je iets beter op een andere manier kan doen. En weet je wat dat ook betekent?” 
“Nee.”
“Dat je identiteit - wie je bent - verandert. Vanaf dat moment ben je namelijk: een vriend van God, Zijn Gewenste (precies zoals God jou wilde),een hemelburger ( iets hemels), kind van God, 1 met God etc. etc.”
“Ja,” zeg ik “leuk, maar ik maak er nogal een potje van, hoezo gewenst, hoezo vriend?”
“Er zijn 4 partijen,” ging ie verder, “die invloed hebben op je gedachten: 1, jezelf  2, anderen 3, satan 4, God. Zij bepalen doorgaans hoe jij denkt over jezelf.
Dat is eigenlijk niet goed. Dat zou anders moeten. God zou alleen in jouw denken moeten gaan bepalen wie jij bent. Als God tot jou spreekt (kan ook door anderen), dan is dat altijd opbouwend en/of bemoedigend, zelfs als het een vermaning is. Is het niet opbouwend of bemoedigend, dan is het van de satan en hoef (!) je er dus niet naar te luisteren. Dus als jij denkt dat je iets verschrikkelijks hebt gedaan of slecht hebt geleefd of niet genoeg een ‘fijne christen’ bent en je dus niet met God kan praten, dan is dat bullshit. Want das niet opbouwend en/of bemoedigend. Daarbij komt nog eens dat God niet eens weet waar je het over hebt. Doordat Jezus aan het kruis is gaan hangen ziet God je fouten niet eens. Op het moment dat jij je fout inziet, isie vergeven. Dus waar maak je je druk om! Je moet je pas zorgen maken als je je fouten niet meer erkent, nergens meer van baalt (diep van binnen) en onverschillig wordt”.

Hier heb ik zo’n beetje de hele nacht over nagedacht, maar door dit weet ik wie ik ben in Jezus (dat wel), en ik werd er niet eens zweverig van of moest eerst zweverig doen. ‘t Is zo simpel! Bijna onbegrijpelijk simpel!
Dus je hoeft helemaal niks christelijks te doen, helemaal niet verplicht je handen in de lucht te doen en al helemaal niet met zo’n houten kruis om je nek gaan lopen. Ideaal! Kijk, gelukkig is de bijbel wel nuchter en zegt die gewoon waar het op staat. Voor míj was dit precies hetgeen dat ik horen moest. Precies op tijd…geweldig.

Zo ben ik er dus achter gekomen wie ik ben… maar wie ben jij?

Roos van Ooik, 2003.  


Gepubliceerd op Keerpunt in 2004.

Roos heeft meegeholpen een jeugdkerk in Ede op te zetten. Zij is betrokken bij Jong en Vrij  ( www.JONGenVRIJ.nl )