| Fanny Crosby: de blinde zangvogel |
| zondag 03 augustus 2008 | |
Fanny Crosby werd na een keerpunt in haar leven één van de productiefste liedschrijvers in de geschiedenis. Ze schreef meer dan 8000 geestelijke liederen en was in haar tijd een van de bekendste vrouwen in de Verenigde Staten.
Francis Jane ('Fanny') Crosby werd in 1820 geboren in een arm gezin in de Verenigde Staten, ze overleed daar in 1915. Een lang leven van 95 jaar, ook een rijk leven; rijk omdat ze aan miljoenen mensen liederen heeft gegeven die blij maken en met overgave worden gezongen. Als baby van 6 weken oud vatte ze kou en kreeg ze een oogontsteking. De plaatselijke huisarts was afwezig, maar in de omgeving verbleef een man die beweerde arts te zijn. Hij schreef warme kompressen voor op de ogen. Deze behandeling was echter verkeerd en Fanny werd geheel blind. Haar vader overleed toen Fanny een jaar oud was. Ze werd opgevoed door moeder en grootmoeder. In haar jeugd was ze opgewekt en blij; toen ze 9 jaar was, maakte ze al een vers dat ongeveer zo begint:
De letterlijke Engelse tekst luidt :
Het blinde meisje ontwikkelde een sterk geheugen. Fanny leerde hele stukken van de Bijbel uit haar hoofd. Ze kon die gedeelten weer te binnen brengen door in haar geest 'een knop om te draaien'. Toen ze 15 jaar was, kwam Fanny in een blindeninstituut te New York. Daar leerde ze piano en gitaar spelen en zingen. Al vlug bleek ze een uitgesproken talent te hebben voor het schrijven van gedichten. In 1844 - 24 jaar oud - publiceerde ze haar eerste gedichtenbundel The Blind Girl.
Het kostte haar weinig moeite en het leek of de liederen haar ingefluisterd werden. Een van haar verzen 'Rosalie, bloem van de prairie' bezorgde haar een honorarium van 3.000 dollar. Zo kreeg ze over heel Amerika grote populariteit. In 1858 trouwde ze met Alexander Van Alstyne, een blinde musicus en componist. Uit hun huwelijk werd één kind geboren, dochter Frances, die als kind stierf.
Toen ze 44 jaar oud was, begon ze zich onrustig te voelen als ze aan God dacht. Zoals ze nu haar gaven besteedde, had het geen enkele waarde voor haar Schepper. Het enorme reservoir van uit het hoofd geleerde bijbelgedeelten werd een bron van inspiratie. Lied na lied componeerde ze in haar hoofd, onthield ze en ging dan naar een uitgever om ze stuk voor stuk te dicteren. Ze dicteerde ook liedteksten aan haar echtgenoot. Ze kon zelf niet veel meer dan haar naam schrijven. Hieronder is een handschrift van het lied Jesus Lord I Come.
Iemand wilde een liedboek maken met de titel De zingende pelgrim. Het moest gebaseerd zijn op het bekende geschrift Een christenreis naar de eeuwigheid ('The Pilgrim's Progress', 1678) van de Engelse prediker John Bunyan. Fanny werd gevraagd de liederen te schrijven. Ze kreeg 75 citaten uit het geschrift, die ze uit haar hoofd leerde. Ze koos er veertig uit en componeerde daarbij veertig liederen. Daarna dicteerde ze de liederen uit haar hoofd en werden ze opgeschreven. Wanneer ze een gezang schreef bad ze God dat Hij het zou gebruiken om mannen en vrouwen tot Jezus Christus te brengen. Ondanks haar blindheid werd ze echtgenote, moeder, lerares engels en geschiedenis, verpleegster voor de zieken tijdens een cholera-epidemie, een hulp voor armen en mensen aan wie rechten ontnomen waren. Wanneer iemand medelijden betoonde om haar blindheid of een onvriendelijke uitlating deed over de man die haar ogen had bedorven, dan antwoordde ze: “Geef de dokter niet de schuld. Hij is waarschijnlijk al overleden, maar als ik hem kon ontmoeten, dan zou ik hem zeggen dat hij mij onbewust de grootste gunst ter wereld heeft bewezen."
"Als mij morgen perfect, aards zicht werd aangeboden zou ik het niet accepteren. Ik zou misschien geen gezangen tot lof Gods gezongen hebben, als ik afgeleid zou zijn geweest door de mooie en interessante dingen rondom mij." Eens liep ze in een straat van New York, toen door een ongeval een paniek ontstond. Daarbij kwam een moeder met haar kind zo in het gedrang, dat het kind viel en begon te schreeuwen. De moeder nam het kind op, suste het en zei: 'Wees maar stil, je bent veilig in moeders armen'. In die tijd kwam de heer Doane bij haar op bezoek. Hij had al heel wat muziek voor haar liederen gekomponeerd. Maar hij zei dat het nu omgekeerd was: hij had een melodie waar hij de woorden voor zocht. Hij speelde haar de melodie voor en opeens dacht ze aan het kind en de moeder. Ze riep: 'Die wijs spreekt me van veiligheid en geborgenheid'. Ze verdween in een andere kamer en kort daarna kwam ze terug met de woorden van dit lied, dat een van haar bekendste liederen zou worden:
Veilig in Jezus’ armen
Veilig in Jezus’ armen,
Jezus, mijn dierb’re Toevlucht, De tekstdichteres zei later: "Het was mijn meest succesvolle lied, en ik geloof dat het werd gedicteerd door de Heilige Geest en dat het geboren was voor een missie." Ook zei ze eens: "Als ik in de hemel kom, zal het eerste gezicht dat mijn ogen zal verblijden dat van mijn Heiland zijn!" Fanny overleed in 1915 op 94-jarige leeftijd. De krant The New York Times berichtte:
In de Bijbel staat het toepasselijke woord:
Kees Langeveld, 2008
Bronvermelding: |