Tijl Janssens: Met vallen en opstaan
zondag 10 november 2002

Tijl Janssens Tijl Janssens (schuilnaam) komt uit een moeilijke gezinssituatie en voelt haat en angst. Zijn ouders en hijzelf komen eruit. Er volgt echter een periode van terugval. Tijl drinkt, gebruikt drugs, dealt en belandt in de gevangenis. Eindelijk krabbelt hij er, met hulp van Boven, weer boven op.  "... een enorme rust en vrede die in en rondom mij was, geen enkele drugs kon daar tegenop." "... met vallen en opstaan blijf ik doorgaan..."

Ik ben geboren in een gezin van vier kinderen waarvan twee oudere zussen en één jongere broer. Mijn beide ouders hadden een zwaar verleden waar de gevolgen enorm zichtbaar van waren: mijn vader was bijna nooit thuis en vluchtte van alles en mijn moeder was depressief door de situatie waar ze in zat en door haar verleden.

Tot mijn zes jaar ben ik door mijn moeder opgevoed, mijn zusters zaten over het algemeen in instellingen. Doordat ik bijna niets anders zag dan ellende en doordat ik bijna geen aandacht kreeg, groeiden er enorme angsten en complexen in me op.

Vanaf mijn zesde jaar werd ik meer opgevoed door mijn vader, omdat mijn moeder opgenomen moest worden in het ziekenhuis, ze was toen ook zwanger van mijn broer. Toen begon heel de situatie te veranderen in de negatieve zin, mijn vader liet ons meestal alleen met alle gevolgen vandien. Toen mijn moeder uit het ziekenhuis kwam, zag ze dat ik enorm veranderd was. Ik aanvaarde niets meer vanaf dat moment door mijn beide ouders en dit is gebleven tot mijn achttiende. Ik voelde negativiteit, angst en haat in heel mijn persoonlijkheid.

Verandering in ons gezin

Mijn moeder werd verschillende malen opgenomen in het ziekenhuis en voelde zich hoe langer hoe slechter.
Op een gegeven moment kwam ze in kontakt met het evangelie en aanvaarde ze Jezus in haar leven.Vanaf toen kwam ze ondanks haar strijd er meer en meer bovenop. Een tijdje later bekeerde mijn vader zich ook en heel de toestand veranderde ten goede. We verhuisden naar een betere woning, de financiële toestand werd beter en mijn vader ging bijna nooit meer weg en nam meer zijn verantwoordelijkheid op.

Zelf ben ik voor het éérst tot bekering gekomen toen ik meeging naar een kamp, dat uitging van de pinkstergemeente waar we naartoe gingen. Er werden allerlei aktiviteiten gedaan en ik voelde me er goed bij. Ik kreeg hoop, blijdschap, rust en vrede in mijn leven.Voor mij was dit een enorme verandering, omdat ik alleen maar slechte gevoelens kende.  Daardoor wist ik dat dit iets bovennatuurlijks was. Liefde kende ik tot op dat moment nog niet, maar God had die in mijn hart gegeven.

Terugval

Helaas is deze goeie periode niet lang blijven duren en begon alles slechter te worden. Mijn moeder verloor in een korte periode haar moeder en haar twee broers en begon terug te vallen. Mijn vader ging weer meer weg en verloor ook zijn werk. Naar de pinkstergemeente gingen ze bijna nooit meer en de duivel begon weer meer overhand te krijgen in ons gezin.

Zelf ging ik van alles doen wat slecht was, ik ging stelen, brand stichten en deed aan vandalisme.Op geen enkele school hield ik het vol. Mijn favoriete muziekstijl was death-metal en daardoor werd ik geestelijk nog zieker. Er was bijna constant ruzie in ons gezin en rond mijn zestiende begon ik te drinken en slikte kalmeerpillen. Roken deed ik al vanaf mijn 13de maar vanaf dat moment begon ik ook canabis te roken.

Begeleid wonen

Na vele malen in kontakt te zijn geweest met de politie en rijkswacht was het beter dat ik begeleid ging wonen, mijn ouders gingen ook scheiden op dat moment. Ik was toen zeventien. Over het algemeen had ik altijd in een slecht milieu gezeten en dat veranderde niet. In al die jaren heb ik ook op één of andere manier nagedacht over God, maar ik wist niet meer goed hoe het geloof in elkaar zat omdat ik er van afgehouden werd door mijn innerlijke negativiteit.

Vanaf het moment dat ik alleen ging gaan wonen werd het fataal. Ik kon het allemaal niet meer aan en begon met de harddrugs. De reden was dat ik een enorme schuld had van alles wat ik gedaan had en er was niets meer van hoop in mijn leven, het was één zwart gat. Verschillende keren had ik al het één en ander geslikt en het leek een oplossing te zijn.Ik wist van binnen wel dat er slechte gevolgen waren maar dat interesseerde mij niet meer.

Gebonden

Rond die periode werd ik beschuldigd door de rijkswacht van iets wat ik niet gedaan had. Toen had ik een enorme woede tegenover God. Rond die periode had ik speed gekocht van iemand die gevaarlijk bleek te zijn, want iemand had er al een hartaanval van gehad, niet zozeer van de hoeveelheid maar van de produkten waarmee het versneden was. Toen ik die drugs nam was ik volledig mezelf niet meer en zag afschuwelijke dingen. Ik kon niets meer eten en was volledig paranoia.Toen ben ik in het ziekenhuis geraakt omdat mijn hart het bijna begaf en omdat ik bleef hallucineren.

Ondanks deze gebeurtenis bleef ik aan de drugs.In het ziekenhuis waar ik lag op de dienst psychiatrie waren er verschillende jongeren aanwezig die ook een drugprobleem hadden waardoor het makkelijk was om eraan te geraken. Na een paar maanden ik werd ontslagen uit het ziekenhuis. Toen ging ik meer soft en minder harddrugs gebruiken, ik begon ook te dealen omdat ik het financieel niet kon betalen.

De laatste keer dat ik harddrugs nam voelde ik dat ik de controle over mezelf (terug) verloor, toen begon ik te bidden (zoals ik dit soms deed in extreme momenten) en zei tegen God dat als Hij dit liet ophouden dat ik geen harddrugs meer zou gebruiken. Zo gezegd, zo gedaan. Ik verdiende veel geld, kreeg veel vrienden maar was alles behalve gelukkig. Mijn leven bestond uit blowen met als gevolg dat ik elke dag stoned was.

God liet me zien dat dit de oplossing niet was maar ik zag er geen andere. Het kontakt met mijn moeder verliep redelijk vlot en regelmatig vertelde ze me over het geloof. Daar had ik wel iets aan, het deed me denken aan de ervaringen die ik als kind had met God. In momenten kreeg ik een besef van het oordeel Gods dat over me kwam en werd enorm angstig omdat ik wist dat ik tegen Zijn wil leefde. Hoe langer hoe meer haate ik de situatie haatte waar ik in zat. Ik voelde me gevangen en zag geen uitweg. Ik werd enorm paranoia en raakte met iedereen overhoop, in het bijzonder met mezelf. Op een gegeven moment vond ik dat ik iets moest doen en ging me de volgende dag laten opnemen in een psychiatrie, maar de volgende dag gebeurde iets heel anders.

Vroeg in de morgen werd ik wakker gebeld, wat vrij verdacht leek. Toen hoorde ik iets in mijn brievenbus vallen en ik wist al genoeg. Een tijdje daarvoor waren ik en een vriend met een kleine hoeveelheid weed betrapt op een festival en de rijkswacht is ons sindsdien in de gaten beginnen houden. Toen dit aan onze oren kwam verkocht ik niet meer en waren we op onze hoede, omdat ze ons in de gaten hielden. De rijkswacht die langsgeweest was kende ik van tevoor omdat hij reeds een paar zaken voordien behandeld had. Die man had echt iets tegen mij, eerder had hij mij al willen beschuldigen voor dingen die ik niet gedaan had.

Ik deed alles weg van hetgeen ze me zouden kunnen verdenken en ging zelf bij hen langs. Ze wisten blijkbaar al heel veel en dezelfde dag nog werd ik gearresteerd, die dag zonk ik weg in een diepe put. Een paar dagen later ging ik voor het éérst voorkomen. Tussentijds bad ik enorm veel dat ik vrij mocht zijn, terwijl ik in mijn binnenste terug van plan was om een leven te leiden zoals ik dat gewend was. Eindelijk verlangde ik gewoon achter mijn joint.

Bij de gegevens die ze vroegen toen ik in de gevangenis kwam was ook de vraag welke religie ik had, voor ik het goed bedacht zei ik: "protestants". Het gevolg daarvan was dat ik twee dagen later een bezoek kreeg van een dominee en een Bjbel kreeg in een makkelijke vertaling.Ik dacht bij mezelf dat ik daar ooit wel eens ging in lezen als ik vrij was want de volgende dag was het moment dat ik moest voorkomen.

Het was een dag van ontgoocheling want ik kreeg te horen dat ik er nog een maandje bij had. Toen was al mijn hoop weg en kreeg ik terug boosheid tegenover God alsof het Zijn fout was. Die avond kon ik niet slapen doordat er van alles door mijn hoofd ging en deze keer kon ik het niet onderdrukken door één of andere verdovingsmiddel. Ik voelde mezelf zot komen en ging op mijn knieen, bad voortdurend maar er gebeurde niets.

Bijbel

De volgende dag ging ik maar eens in dat boek lezen dat ik gekregen had en er ging ineens een lampje branden in mijn hoofd, alles werd duidelijk. Ik voelde een enorme kracht en overtuiging dat de waarheid daar in stond. De dagen daarop ging ik meer begrijpen dat Jezus de enige weg was tot God, ik aanvaarde en belijdde dat.

Toen kwam het gevoel terug dat ik vroeger al eens had op kamp en heb ik radicaal gekozen om voor God te leven. Ik ervaarde de aanwezigheid van God door een enorme rust en vrede die in en rondom mij was, geen enkele drugs kon daar tegenop. De Heilige Geest liet me van binnen zien waar ik verwond was en hielp me ook om dit te verwerken. Mijn dagelijkse bezigheden waren grotendeels bidden en de bijbel bestuderen. Ik liet in een brief zien aan mijn moeder dat ik totaal veranderd was door datgene wat God gedaan had in mijn leven en daar was ze natuurlijk blij om.

Er veranderde enorm veel van binnen in mij. Normaal had ik veel haatgevoelens maar daar had ik geen last meer van. Ook liegen kon ik niet meer.Ook mijn straf aanvaardde ik omdat ik terug een normaal besef had. En al zat ik gevangen, het voornaamste was op dat moment dat ik mij van binnen vrij voelde. Langs de andere kant verlangde ik natuurlijk om vrij te komen, maar veel verwachting had ik niet omdat het onderzoek nog steeds niet afgelopen was.

Zitten of vrij?

Toen ik terug moest voorkomen lachte de rechter me uit wanneer ik zei dat ik een ander leven ging leiden. Volgens zou dat zonder God ook zo gegaan zijn, dus moest ik wel nog een tijdje zitten. Mijn advocaat had het woord en terwijl bad ik dat ik toch vrij mocht komen. Op dat moment keek de rechter in mijn ogen en zei, ok je bent vrij.

Die dag leefde ik in de wolken en had grote plannen. Emotioneel was het een bijzondere ervaring om na een tijd vast te zitten weer vrij te zijn, het was alsof ik daar jaren gezeten had.

Helaas werd het minder makkelijk dan ik dacht. Toen ik naar huis mocht was de spanning zo groot dat ik direct naar de winkel achter bier ging. Ik zocht terug kontakt op met mijn (vorige) kameraden met de bedoeling om over God te vertellen maar daar kwam helaas niet veel van in huis. Anderzijds wisten ze het wel - doordat ik in de gevangenis een paar brieven naar hen geschreven had - over mijn bekering. Het ging dan ook de ronde dat ik zot geworden was.

Al vlug begon ik mijn oud leven te leiden en merkte dat ik moest opletten. Ik voelde mij enorm schuldig daarover. Toch was er een diep verlangen dat zij zich ook gingen bekeren en daarom wilde ik mijn vriendschap niet verliezen. Terug voelde ik mij verwijderd geraken van God en begon aan alles te twijfelen. Ik was van plan om terug joints te roken en zo.

In die moeilijke momenten ben ik naar mijn moeder geweest en vertelde de situatie.Toen zij we naar een paar mensen geweest die ze kende van de pinkstergemeente en hebben we wat gepraat. Via hen ben ik ook naar de gemeente beginnen te gaan en regelmatig hadden we goeie opbouwende gesprekken.

God sprak ook verder door zijn woord en liet duidelijk zien dat ik afstand moest nemen van de slechte kontakten die ik nog had. De aanwezigheid van God kwam terug meer in mijn leven en zag alles weer meer zitten.

Kracht ontvangen

Op één van die dagen ben ik naar een bidstond geweest met mensen uit Nederland. Dat was een groep die een week in België bleef en het een en ander organiseerde.Ik ervaarde een enorme kracht van God die vergelijkbaar was met mijn vorige ervaring met God maar dan tien keer sterker. Ik had op dat moment ook de kracht om te stoppen met roken, met al de rest was ik voordien gestopt. Ik voelde letterlijk wat Jezus voor ons gedaan had en dat gaf mij een enorme kracht om door te gaan.

De dagen daarop ging ik ook naar de andere bijeenkomsten die men daar hield en bleef vol kracht, hoop, vuur en visie ontvangen. De week daarop had ik vast werk en twee maanden later kon ik verhuizen. Dit was een goeie zaak omdat ik waar ik woonde toch alleen maar slechte herinneringen had aan wat ik had meegemaakt.

Dagelijks las ik in de Bijbel en bad veel.  Ik bleef in de positieve zin groeien en vrij komen. Mijn hart was vol van Christus en het verlangen bleef er om dit tegen mensen te vertellen. Mijn leven had echt zin gekregen en nooit meer voel ik mij alleen, terwijl dat vroeger wel dikwijls was, al had ik veel vrienden.

Tijl JanssensWat ik geleerd heb is dat het de moeite is om dingen voor God op te geven, niet alleen om er zelf beter van te worden maar omdat Hij het verdient. Momenteel sta ik nog een stuk verder dan toen, met vallen en opstaan blijf ik doorgaan in mijn geloof want aan Hem komt alle eer, lof en aanbidding toe.

Tijl Janssens, 2002

Gepubliceerd op Keerpunt in 2002. Terwille van de privacy is de schuilnaam Tijl Janssens toegepast.