Elisabeth: Van Satanaanbidder tot volgeling van Jezus
dinsdag 23 november 2004
ElisabethElisabeth maakt een echtscheiding van haar ouders mee en doet nare ervaringen op met een pedofiel. Later begint ze "dingen te zien die andere mensen niet zagen." Er verschijnen figuren uit de onzienlijke geestelijke wereld. Wat lijkt op de magische fantasiewereld van tovenaarsleerling Harry Potter uit de boeken van JK (Joanne Kathleen) Rowling wordt realiteit in het leven van Elisabeth. Op jonge leeftijd ontwikkelt ze zich, onder leiding van een meester uit de wereld van de geesten, tot een hogepriester bij de 'satanskinderen.'  Uiteindelijk raakt ze in het nauw, heeft genoeg van het kwaad en besluit te breken met de geestenwereld. Schokkend relaas van een vrouw die nu getuigt: "Ik heb vrijheid gevonden en een Vader die zielsveel van mij houdt."

Ik kan me nog herinneren dat, toen ik jonger was, ik me niet voor kon stellen dat mensen satan wilden aanbidden. En gothic? Afschuwelijk! Ik zou dat nooit gaan doen.

Vroeg in mijn jeugd ontstond er onrust in mij. Rond mijn zesde gingen mijn ouders scheiden. De sfeer die de laatste periode in huis hing beinvloedde mij nadelig, zodat ik in groep drie bleef zitten. Ik verhuisde met mijn moeder naar een tijdelijk verblijf boven de kerk waarvan wij lid waren. Ik kwam op een andere andere basisschool, een christelijke school. 

Pedofiel

Mijn moeder had een goed contact met koster Ernst van de kerk. Nadat wij een eigen huurwoning hadden gekregen, liep het contact tussen de koster Ernst en mam uit op een relatie. Ik mocht Ernst wel, maar wij wisten toen niet dat hij een pedofiel was. Wij gingen vaak een dagje in het weekend weg en hielden van vakanties. In een zomervakantie gingen wij naar Engeland, waar Ernst familie had wonen. Daar heeft Ernst dingen gedaan waardoor mijn moeder het nare vermoeden begon te krijgen dat hij meer van mij hield dan van haar.

Terug in Nederland ging ze met dit verhaal naar de voorganger van de kerk. Al vlug escaleerde de situatie en werden de rollen omgedraaid: Ernst beschuldigde mijn moeder ervan dat ze dit verhaal rond vertelde omdat ze met hem wilt trouwen en hij dat nog niet wou. Als wraak vertelde mijn moeder daarop dat verhaal over hem rond.

De kerk keerde zich tegen ons en na een korte tijd werden wij uit de kerk verbannen. Het was voor mij wel even raar dat wij op zondag niet meer naar de kerk gingen. Erg vond ik het niet, ik had er zelfs een gruwelijk hekel aan en was allang blij dat we op zondag niet meer naar de kerk gingen.

Mijn moeder had mij nooit de echte reden verteld waarom het uit was tussen Ernst en haar. Ze wou mij beschermen en daarom onwetend laten dat Ernst een pedofiel was en hij verliefd op mij was.

Helaas waren de gebeurtenissen tussen Ernst en mij op één of andere manier blijven hangen, ook al kon ik ze als kind  niet verklaren. Ik kreeg altijd een soort huiverig gevoel als een jongen mij aanraakte, wat ik toen niet begreep. Rond mijn 11e jaar realiseerde in mij opeens waarom de relatie tussen Ernst en mam gebroken was en kon ik mij een aantal voorvallen met hem herinneren. Het gaf mijn moeder veel verdriet toen ik het haar vertelde, dingen die zij nog niet wist.

Onzichtbare wereld

Rond mijn zevende begon ik ook bewust te worden dat ik dingen kon zien wat voor anderen onzichtbaar was. Ik zag geregeld dieren en mensen rondlopen die er niet aards uitzagen, er was duidelijk iets mis mee. Ook kon ik soms zien wat er ging gebeuren. Ik realiseerde mij ook dat ik voor mijn leeftijd al veel wist over de geestelijke wereld. Vreemd genoeg werd ik er niet bang voor en beschouwde ik het als iets normaals. Toen ik erachter kwam dat niet iedereen het kon, zweeg ik erover.

Het ging verder. Geregeld hoorde ik een stem tegen mij spreken. Deze beval mij vaak tot het doen van foute dingen en creëerde bij mij haat tot het christendom. Langzaamaan begon ik mij steeds meer de duistere kant van het leven als mijn thuis te beschouwen. Met één ding voor ogen: het christendom uitroeien.

Mijn moeder ontmoette een nieuwe man in IJmuiden. In de zomervakantie verhuisden wij naar hem. Vergeleken met de vorige keer ging het goed op mijn nieuwe school en kon ik gewoon verder in groep zeven.

Mijn haat tegenover het christendom was groot. Het enige dat ik wou was een goede dochter van satan worden en mensen weghouden van de strenge beperkende regels die het christendom de mensheid oplegde.

Het contact met de stem die tot mij sprak was intensief. Ik stond op het punt te leren hoe ik mensen kon beïnvloeden. Ik kreeg de eerste inwijding waarin ik een belofte aan satan moest afleggen. Na de inwijding was de geestelijke wereld niet langer voor mij verborgen. Ik kon zelfs de demon zien die al die tijd tegen mij sprak. Dat was een fijne vooruitgang. Het echte werk kon nu beginnen.

De eerste weken bestonden voornamelijk uit lezingen van wat mijn taak was en wat er ging gebeuren. Ik behoorde toen een groep die de naam kinderen van satan of satanskinderen droeg. Ongeveer 200 jaar geleden was het een familiereligie. Daarna werd het langzamerhand een groep waarvan de leden zelf bepaalden wie er in de groep mocht toetreden. In de afgelopen 200 jaar hebben de satanskinderen een rijke geschiedenis opgebouwd, waarin  veel is veranderd. In onze generatie wordt het geloof van een familie overgedragen op verschillende jonge mensen. Hun taak is het stichten van nieuwe groepen zodat het geloof zich kan uitbreiden om zo sterker te worden dan het christendom.

Image

Het is belangrijk om te weten dat er een groot verschil is tussen satanisten en satanaanbidders. Satanisten zijn mensen die niet in een hogere macht geloven. Ze geloven eerder dat ze zelf een god zijn.
Satanaanbidders daarentegen geloven wel in een hogere macht. Net als het christendom hebben ze verschillende stromingen. De een gelooft wel in de christelijke God en in satan, de ander alleen in een duivel.
Ook zijn er groepen satanaanbidders die zowel in God als in Jezus en de bijbel geloven. Ze staan echter aan de kant van satan. Deze laatste groep is tamelijk groot.

Het is mij altijd onduidelijk gebleven waarom de satanaanbidders hun oog op mij hebben laten vallen. Waarschijnlijk is het iets dat ik vanuit het voorgeslacht van mijn ouders heb meegekregen. Daar werd het een en ander aan hekserij gedaan. Hekserij in mijn voorgeslacht in combinatie met het feit dat ik in een christelijk gezin ben geboren en veel kennis had van het christelijk geloof, maakte mij tot een ideaal persoon voor de satanskerk.

Ik was in opleiding voor hogepriester. Nadat de geschiedenis van de satanskinderen en de plannen mij duidelijk waren, leerde ik eerst hoe ik mijzelf kon beschermen en hoe ik mensen kon inschatten.

Toen de tijd aanbrak om met demonen te gaan werken moest ik een verandering ondergaan om mij te beschermen. Omdat ik erg van metal, fantasie en horror hield, besloot ik mij te storten in de ‘commerciële gothic scene’.  Daarbij had ik mij lichtelijk wat in de wicca verdiept en droeg ik een pentagram. Als er iets mis zou gaan, kon erop gewezen worden dat ik een ‘zoekende puber' was. Een goede dekmantel.

Na mijn inwijding ging alles zeer snel. In de brugklas van de mavo gingen mijn ouders voor een maand naar Suriname. Ik zou alleen thuis blijven en zag hier enorm naar uit. Rond deze periode had ik al een tweede inwijding ondergaan waarbij ik een schuilnaam had gekregen: Midian Satachrist. Sinds die tijd werd ik ook zo genoemd door mijn leermeester.

De afwezigheid van mijn ouders weg gingen bood een mooie gelegenheid voor de satanskerk om contact met mij te zoeken. Op een avond werd ik van huis weggeleid door mijn meester. Tijdens de wandeling stopte naast mij een auto. Mijn meester gaf aan dat ik moest instappen. Ik deed het. Achter het stuur zat een jonge vrouw, een lid van de satanskerk. We spraken lang met elkaar. Het ging er vooral om dat ik mij realiseerde dat er echt een kerk is waar ik bij hoor en die mij beschermt.

Daarna ging ik weer vol overgave verder voor satan. In een weekend van dezelfde periode werd ik weer van huis geleid. Deze keer bracht ze mij naar een kleine bijeenkomst van de satanskerk, hier ontving ik mijn laatste onderdeel van de tweede inwijding: erkenning van de overige priesters.

Echter, de aardigheid raakte er vanaf. De eisen en de vraag van satan werden steeds zwaarder. Soms wenste ik dat ik een andere functie binnen de groep had geëist. Ik mocht niet klagen, ik moest gewoon even doorzetten. Ook al eiste het de dood van mij.

Flyer

Het was een mooie zaterdagmiddag. Zonde om binnen te blijven met dat mooie weer. Ik besloot naar het centrum te gaan. Na een uurtje slenteren liep ik naar mijn fiets om naar huis te gaan. Toen ik bij mijn fiets stond besloot ik toch nog even naar de Kruidvat te gaan, welke zich helemaal aan het einde van de winkelstraat bevond. Na een rondje door de winkel te hebben gelopen, stapte ik met lege handen naar buiten. Meteen stapte er een man op mij af met een flyer van een jeugddienst. Hij vertelde mij er wat over en  liep toen weer weg. Meteen liep ik naar de prullenbak om het papiertje weg te gooien. Tegen mijn eigen wil in stopte ik het in mijn zak.

Thuis gekomen staarde ik een lange tijd naar de flyer. Mijn leermeester observeerde mij en zei tegen mij dat ik er maar beter niet naar toe kon gaan.

Toen ik twee dagen later het papiertje zag liggen, liep ik ermee naar mijn moeder met de vraag of ik daarheen mocht gaan. Mijn moeder reageerde wat verbaasd, maar heeft mij er toch heen gebracht.

Daar stond ik tussen de christenen. Vreemd genoeg raakte het mij. Niets van wat er mij over christenen verteld was klopte. Ze waren heel vriendelijk en open. Ze dwongen mij nergens toe. Al vlug brak ik en stroomden de tranen over mijn wangen. Een van de christenen zag het, liep naar mij toe en sloot mij in de armen. Voorzichtig vertelde ik mijn probleem, waarvan ik al vlug spijt kreeg.

Strijd en bevrijding

Thuis aangekomen kreeg ik een lesje van mijn leermeester. Ik bracht zo de groep in gevaar. Als straf zou mijn omgeving veranderen in een bloedbad. Overal waar ik kwam, zag ik alles besmeurd met bloed en lagen er losse ledematen en ingewanden. Ik wist dat dit niet echt was, maar het was zo angstaanjagend dat ik het niet meer aankon. Toen ik op het punt stond gek te worden, werd de straf opgeheven.

De twijfels begonnen. Op één of andere manier snakte ik naar wat de christenen hebben, aan de andere kant vond ik het belachelijk. Ik begon meer op te zoeken over het christendom en pakte zelfs mijn oude kinderbijbels uit de kast.

Toen mijn meester het zag werd hij vreselijk boos. Nadat hij weg was stond ik te trillen van de angst. Maar het zette mij wel aan het nadenken. Waarom zou hij zo boos worden als het christendom toch niets voorstelt? Mijn ogen werden geopend en alle wreedheden van de satanskinderen werden voor mij duidelijk; dit kan niet. Ik wil hier niet medeplichtig aan zijn.

Ik was er zo overtuigd van geraakt dat de Jezus Christus de waarheid was dat ik mij van de satan en zijn religie wilde afwenden. Deze maanden zijn de vreselijkste maanden van mijn leven. Een half jaar heb ik alleen maar gevochten om los te komen van de satanskinderen. Ik werd bedreigd en geestelijk mishandeld. Van ellende heb ik nog verschillende pogingen tot zelfmoord gedaan. Er werd door christenen vreselijk veel voor mij gebeden. Er leek aan de strijd geen einde te komen.

Na zes maanden kwam de doorbraak. De laatste banden konden eindelijk worden verbroken en ik voelde een vrijheid en liefde die ik nog nooit had ervaren. Door mijn bevrijding veranderde mijn hele leven. Het was opeens stil. Niemand die mij commando’s gaf. De stilte maakte mij bang waardoor ik geregeld in paniek raakte. Elke keer weer voelde ik dan dat de ruimte werd gevuld met liefde en rust, wat mij weer rustig maakte.

Doop

God is er altijd voor mij geweest, maar ik gaf hem nooit de kans. Enkele weken na mijn bevrijding kreeg ik te horen dat er een doopdienst op de agenda stond. Meteen heb ik mij opgegeven. Op 26 oktober 2003 heb ik voorgoed afscheid genomen van mijn satanisch leven en ben ik gedoopt met de tekst (woorden van Jezus):

Ik ben het licht van de wereld. Wie Mij volgt, zal nooit in het donker rondtasten maar leven in het licht.

Image

Ik was een nieuw leven begonnen en moest leren leven met God en leren leven met wie ik ben. Want ik walgde van de persoon die ik was, de daden waarbij ik betrokken was. Na 5 jaar heb ik mezelf eindelijk weten te accepteren en schaam ik mij niet meer voor mijn verleden. Want ik ben door God geaccepteerd en heb de kans gekregen om dat door te mogen vertellen: Wat je ook in je leven hebt gedaan, Hij zal je nooit verstoten.

Vrijheid en een Vader

In 2004 bekeerde ik mij van de satanaanbidding tot het christendom. Maar elke dag opnieuw word ik nog geconfronteerd met mijn verleden. Als een stempel die op mij is gedrukt en nooit meer weg te krijgen is. Het is voor mij soms moeilijk te beseffen. Als 20-jarige hoort het leven nu pas echt te beginnen. Toch heb ik nu al meer gezien dan de meeste mensen. Dingen die vele mensen nooit te zien of te weten krijgen. Voor een lange tijd was ik jaloers op de mensen die deze dingen nooit hebben gezien en van het leven kunnen genieten. Dat is wat ik ook wil, een rustig leven.  Een droom waarnaar ik mij uitstrek. Als een kind die haar ballon per ongeluk loslaat, welke steeds hoge de lucht in waait terwijl ze het probeert te pakken. Het doet pijn wanneer je, je realiseert dat deze droom nooit zal uitkomen. De satanaanbidders zullen mij altijd blijven volgen en wanneer ik kinderen heb, worden zij het doelwit.

Sombere toekomst? Nee, totaal niet! Sterker nog, ik voel mij rijk. Niet om het aardse, maar om het geestelijke wat ik heb gevonden: vrijheid en een Vader die zielsveel van mij houdt. 

Image

Elisabeth, 2009.

Gepubliceerd op Keerpunt in 2009. De foto's in dit verhaal dateren van rond 2004.

Naar aanleiding van dit verhaal kun je contact opnemen met Elisabeth door haar een e-mail te sturen.