Franciscus Junius: moedig en zachtmoedig
zaterdag 25 augustus 2007

Franciscus JuniusFrancois du Jon, later vooral bekend onder de Latijnse naam Franciscus Junius, werd in zijn jeugd volslagen atheist. Een gesprek met een eenvoudig man en de lezing van een eenvoudig maar verheven woord uit de Bijbel bracht hem terug tot het geloof. In de gevaarlijke 16e eeuw werd hij een (zacht)moedig en vredelievend geloofsman.

Franciscus Junius (1545 - 1602) werd als Francois du Jon geboren in een tot de adelstand verheven familie in Frankrijk. Op 13-jarige leeftijd begon hij rechten te studeren. Later bestudeerde hij in Lyon de klassieken, onder meer geschriften van Cicero, de Romeinse staatsman, advocaat, prozaschrijver en filosoof uit de eerste eeuw voor Christus.

Lyon was indertijd een zedeloze stad, maar Francois wist aan alle verzoeking weerstand te bieden. Wel werd hij door het lezen van een, werk van Cicero en door den omgang met een vriend, die met de religieuze Griekse filosoof Epictetus dweepte, volslagen atheïst. Het atheisme (afgeleid van het Grieks a theos, zonder God) schoot diep wortels in zijn hart.

Een gesprek met een eenvoudig landman bracht Francois enigszins tot het geloof terug. Naar huis teruggekeerd, kwam hij tot oprechte bekering, vooral door lezing van de Bijbel.

Een gedeelte van het Nieuwe Testament trof hem. Het Nieuwe Testament is tweede deel van de Bijbel. De eerste vier stukken van het Nieuwe Testament gaan over Jezus Christus, zijn arbeid, leven, lijden, dood en opstanding uit de dood. Het vierde stuk heet ‘Evangelie van Johannes', d.w.z. het goede nieuws zoals verteld door Jezus' leerling Johannes.

Francois sloeg het oog op het eerste hoofdstuk uit het Evangelie van Johannes. Toen hij een gedeelte hiervan gelezen had, voelde hij de goddelijkheid van het onderricht en de majesteit en het gezag van dat geschrift. We laten het hoofdstuk hieronder volgen:

1 ¶  In het begin was het Woord; en het Woord was bij God, en het Woord was God.
2  Dit was in het begin bij God.
3  Alle dingen zijn door Hem geworden, en zonder Hem is niet een ding geworden dat geworden is.
4  In Hem was leven, en het leven was het licht van de mensen.
5 ¶  En het licht schijnt in de duisternis, en de duisternis heeft het niet begrepen.
6  Er was een mens, van God gezonden; zijn naam was Johannes.
7  Deze kwam tot een getuigenis, om van het licht te getuigen, opdat allen door hem geloofden.
8  Hij was het licht niet, maar hij was om van het licht te getuigen.
9  Dit was het waarachtige licht, dat in de wereld komt en iedere mens verlicht.
10  Hij was in de wereld, en de wereld is door Hem geworden, en de wereld heeft Hem niet gekend.
11  Hij kwam tot het zijne, en de zijnen hebben Hem niet aangenomen.
12  Maar allen die Hem hebben aangenomen, hun gaf Hij het recht kinderen van God te worden, hun die in zijn naam geloven;
13  die niet uit bloed, niet uit de wil van het vlees, niet uit de wil van een man, maar uit God geboren zijn.
14  En het Woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond (en wij hebben zijn heerlijkheid aanschouwd, een heerlijkheid als van een eniggeborene van een vader) vol van genade en waarheid.
15 ¶  (Johannes getuigt van Hem en heeft geroepen en gezegd: Deze was het van Wie ik zei: Hij die na mij komt, is mij voor, want Hij was eerder dan ik.)
16  Want uit zijn volheid hebben wij allen ontvangen, en wel genade op genade.
17  Want de wet is door Mozes gegeven; de genade en de waarheid is door Jezus Christus geworden.
18  Niemand heeft ooit God gezien; de eniggeboren Zoon die in de schoot van de Vader is, die heeft Hem verklaard.
19 ¶  En dit is het getuigenis van Johannes, toen de Joden priesters en Levieten uit Jeruzalem naar hem toe gezonden hadden om hem te vragen: Wie bent u?
20  En hij beleed en loochende het niet; en hij beleed: Ik ben de Christus niet.
21  En zij vroegen hem: Wat dan? Bent u Elia? En hij zei: Ik ben het niet. Bent u de profeet? En hij antwoordde: Nee.
22  Zij zeiden dan tot hem: Wie bent u? opdat wij antwoord geven aan hen die ons hebben gezonden. Wat zegt u van uzelf?
23  Hij zei: Ik ben de stem van een roepende in de woestijn: ‘Maakt de weg van de Heer recht!’, zoals de profeet Jesaja heeft gesproken.
24  En zij waren gezonden uit de farizeeen.
25  En zij vroegen hem en zeiden tot hem: Waarom doopt u dan, als u de Christus niet bent, noch Elia, noch de profeet?
26  Johannes antwoordde hun en zei: Ik doop met water; midden onder u staat Een die u niet kent, die na mij komt;
27  ik ben niet waard zijn schoenriem los te maken.
28  Dit gebeurde in Bethanie, over de Jordaan, waar Johannes doopte.
29 ¶  De volgende dag zag hij Jezus naar zich toe komen en zei: Zie, het Lam van God, dat de zonde van de wereld wegneemt.
30  Deze is het van Wie ik zei: Na mij komt een man die mij voor is, want Hij was eerder dan ik.
31  En ik kende Hem niet; maar opdat Hij aan Israel openbaar wordt, daarom ben ik komen dopen met water.
32  En Johannes getuigde en zei: Ik heb de Geest zien neerdalen als een duif uit de hemel, en hij bleef op Hem.
33  En ik kende Hem niet; maar Hij die mij heeft gezonden om te dopen met water, die zei mij: Op Wie u de Geest zult zien neerdalen en op Hem blijven, Die is het die met de Heilige Geest doopt.
34  En ik heb gezien en getuigd dat Deze de Zoon van God is.
35  De volgende dag stond Johannes daar weer, en twee van zijn discipelen.
36  En toen hij op Jezus zag, die daar wandelde, zei hij: Zie, het Lam van God.
37 ¶  En de twee discipelen hoorden hem spreken en volgden Jezus.
38  En Jezus keerde Zich om en zag dat zij Hem volgden, en zei tot hen: Wat zoekt u? En zij zeiden tot Hem: Rabbi (wat vertaald wil zeggen: Meester), waar verblijft U?
39  Hij zei tot hen: Komt en u zult het zien. Zij kwamen dan en zagen waar Hij verbleef, en zij verbleven die dag bij Hem. Het was ongeveer het tiende uur.
40  Andreas, de broer van Simon Petrus, was een van de twee die het van Johannes gehoord hadden en Hem gevolgd waren.
41  Deze vond eerst zijn eigen broer Simon en zei tot hem: Wij hebben de Messias gevonden-wat vertaald is: Christus.
42  Hij leidde hem tot Jezus. Jezus zag hem aan en zei: Jij bent Simon, de zoon van Jona, jij zult Kefas heten-wat vertaald wordt: steen.
43  De volgende dag wilde Hij naar Galilea vertrekken en Hij vond Filippus; en Jezus zei tot hem: Volg Mij.
44  Filippus nu was van Bethsaida, uit de stad van Andreas en Petrus.
45  Filippus vond Nathanael en zei tot hem: Wij hebben Hem gevonden van Wie Mozes in de wet geschreven heeft, en de profeten: Jezus, de Zoon van Jozef, van Nazareth.
46  En Nathanael zei tot hem: Kan uit Nazareth iets goeds zijn? Filippus zei tot hem: Kom en zie.
47  Jezus zag Nathanael naar Zich toe komen en zei van hem: Zie, waarlijk een Israeliet in wie geen bedrog is.
48  Nathanael zei tot Hem: Vanwaar kent U mij? Jezus antwoordde en zei tot hem: Voordat Filippus je riep, terwijl je onder de vijgeboom was, zag Ik je.
49  Nathanael antwoordde Hem: Rabbi, U bent de Zoon van God, U bent de koning van Israel.
50  Jezus antwoordde en zei tot hem: Omdat Ik je gezegd heb: Ik zag je onder de vijgeboom, geloof je? Je zult grotere dingen zien dan deze.
51  En Hij zei tot hem: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg je: Je zult van nu aan de hemel geopend zien en de engelen van God opstijgen en neerdalen op de Zoon des mensen.

Dit geschrift ging volgens Francois al de rivieren van menselijke welsprekendheid te boven. Hij voegt er aan toe dat zijn lichaam trilde en zijn gemoed verbaasd was. Hij was de hele dag zo verbaasd dat hij zelf nauwelijks wist wie hij was.

De jonge Franciscus bekeerde zich van zijn atheisme. In 1562 kwam hij in Geneve om zijn studie voort te zetten. Hij wijdde zich, onder veel ontberingen, aan de theologie.

In 1565 kwam hij na een dringende uitnodiging in Antwerpen en werd daar predikant. Het was de tijd van de Hervorming (Reformatie) en een gevaarlijke tijd voor hervormden als Franciscus. De landvoogdes Margaretha van Parma noemde de Scheldestad een broeinest der Hervorming. Om hun hervormd geloof belandden veel mensen op de brandstapel en ook Franciscus liep gevaar.

Hij schreef tal van kleine geschriften, een soort soort pamfletten, die in alle stilte werden verspreid. Het volk verslond ze. Toen door onvoorzichtigheid zijn naam was ontdekt, werd bevel gegeven de schrijver te vangen. Nauwelijks ontkwam hij aan dreigend levensgevaar.

Franciscus stond bekend als een vastberaden en moedig man. Soms preekte hij terwijl de rosse gloed van de brandstapels het vertrek met zijn akelig schijnsel verlichtte en kleurde. Hij leidde eens een dienst met voorname gasten, in een woning die zo kort bij de brandstapel lag, dat de vlammen tot in de kamer hun lichtschijnsel gaven. In het vertrek waren mannen van adel aanwezig, onder wie Hendrik van Brederode, graaf Lodewijk van Nassau (broer van Prins Willem van Oranje Nassau), Jan van Marnix en zijn broer Filips van Marnix, heer van Sint-Aldegonde.

William Tyndale gedood
Bijbelvertaler William Tyndale kwam in de 16e eeuw in Belgie om door wurging en verbranding

Na arbeid in Duitsland werd Franciscus Junius in 1592 professor in de theologie te Leiden, waar hij 10 jaar later overleed.

Franciscus Junius (ets van Jean-Jacques Boissard)

In zijn autobiografie schrijft hij dat hij door Goddelijke besturing het Nieuwe Testament in handen kreeg en dat hij op een nadrukkelijke manier van het atheisme was bekeerd.

De Bijbel heeft de kracht om levens te veranderen.  De bekende Nederlandse schrijver van misdaadromans, Appie Baantjer, zegt: 
"Met woorden kun je mensen tijdelijk in een andere wereld brengen, ze even losmaken uit zichzelf. Natuurlijk is de scheppende kracht van de Bijbel veel groter; de Bijbel geeft antwoorden en houvast in het leven."

Kees Langeveld, 2007

© Keerpunt, 2007.